wetzoeker

Artikel 26 Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie

De rechtspositie van rechters

1 Een lid van het Hof kan niet tevens zijn:

a. Gouverneur;

b. minister of staatssecretaris;

c. lid van de vertegenwoordigende lichamen van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, van de Staten-Generaal of van een eilandsraad;

d. rijksvertegenwoordiger, gezaghebber of eilandsgedeputeerde;

e. lid van de Beheerraad;

f. lid van de Raad van Advies van Aruba, Curaçao of Sint Maarten of van de Raad van State van het Koninkrijk;

g. lid van de Algemene of Nationale Rekenkamer van een land;

h. nationale of eilandelijke ombudsman of substituut-ombudsman,

i. ambtenaar bij een ministerie of een eiland, alsmede de daaronder ressorterende instellingen, diensten en bedrijven;

j. advocaat, notaris of andere beroepsmatige rechtshulpverlener.

2 Het eerste lid is van toepassing op plaatsvervangend leden van het Hof en rechters-plaatsvervanger in eerste aanleg met uitzondering van de onderdelen i en j en onderdeel f voor zover het betreft het lidmaatschap van de Raad van State van het Koninkrijk.

3 Een rechter geeft het bestuur van het Hof kennis van de betrekkingen die hij buiten zijn ambt vervult. Zo mogelijk geschiedt de kennisgeving zodra het voornemen bestaat tot het aangaan van de betrekking.

4 Het bestuur van het Hof houdt een register bij waarin de in het derde lid bedoelde betrekkingen zijn opgenomen. Het register ligt ter inzage bij het Hof en de gerechten in eerste aanleg.

Regeling
Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028070
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl