wetzoeker

Artikel 24 Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie

De rechtspositie van rechters

1 Tot lid of plaatsvervangend lid van het Hof kan worden benoemd degene:

a. aan wie op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs op het gebied van het recht door een bij algemene maatregel van rijksbestuur aan te wijzen universiteit, de graad Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad Master op het gebied van het recht is verleend;

b. die op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een bij algemene maatregel van rijksbestuur aan te wijzen universiteit, het recht om de titel meester te voeren heeft verkregen.

2 Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen graden verleend door een universiteit of een hogeschool of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het eerste lid, onder a, gelijk worden gesteld aan de in dat lid bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht.

3 Tot lid of plaatsvervangend lid van het Hof kunnen alleen Nederlanders worden benoemd.

Regeling
Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028070
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl