1.2 — Vaardigheid Lezen Examen- en kwalificatiebesluit WEB
Vaardigheid Lezen
Niveau A1 | Niveau A2 | Niveau B1 | Niveau B2
Algemene omschrijving beheersingsniveau | Kan vertrouwde namen, woorden en zeer eenvoudige zinnen begrijpen, bijvoorbeeld in mededelingen, op posters en in catalogi. | Kan korte, eenvoudige teksten lezen. Kan specifieke voorspelbare informatie vinden in eenvoudige, alledaagse teksten zoals advertenties, menu’s en dienstregelingen. Kan korte, eenvoudige, persoonlijke brieven begrijpen. | Kan teksten begrijpen die hoofdzakelijk bestaan uit zeer frequente dagelijkse, of aan het werk gerelateerde taal. Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven begrijpen. | Kan artikelen en verslagen lezen die betrekking hebben op eigentijdse problemen, waarbij de schrijvers een bijzondere attitude of standpunt innemen. Kan eigentijds literair proza begrijpen.
Toelichtende schalen
1. Correspondentie lezen | Kan korte, eenvoudige berichten op een ansichtkaart begrijpen. | Kan korte, eenvoudige brieven, faxen en e-mails over vertrouwde onderwerpen begrijpen. | Kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven goed genoeg begrijpen om regelmatig met iemand te corresponderen. Begrijpt de feitelijke informatie in eenvoudige zakelijke brieven goed genoeg om adequaat te kunnen reageren. | Kan correspondentie, die gerelateerd is aan eigen vakgebied en eigen interesses lezen en kan snel de essentie vatten. Kan zakelijke correspondentie van verschillende instanties begrijpen.
2. Oriënterend lezen | Kan bekende namen, woorden en simpele standaardzinnetjes herkennen in eenvoudige mededelingen in de meest voorkomende alledaagse situaties. | Kan specifieke, voorspelbare informatie vinden in eenvoudig alledaags materiaal. Kan specifieke informatie in lijsten vinden en de benodigde informatie daaruit halen. Kan alledaagse borden en mededelingen begrijpen. | Kan in alledaags materiaal, zoals brieven, brochures en korte officiële documenten relevante informatie vinden en begrijpen. | Kan lange en complexe teksten snel scannen en relevante details vinden. Kan snel de inhoud en relevantie bepalen van nieuwsberichten, artikelen en rapporten over een breed scala aan professionele onderwerpen en besluiten of nadere studie ervan de moeite waard is.
3. Lezen om informatie op te doen | Kan zich een idee vormen van de inhoud van eenvoudige informatieve materialen en korte eenvoudige beschrijvingen, vooral als er visuele ondersteuning bij is. | Kan specifieke informatie vinden in eenvoudiger schriftelijk materiaal dat hij tegenkomt zoals brieven, brochures of korte krantenartikelen die gebeurtenissen beschrijven. | Kan significante punten herkennen in eenvoudige krantenartikelen over bekende onderwerpen. | Kan artikelen en rapporten begrijpen die gaan over actuele problemen waarbij de schrijver een bepaald standpunt inneemt.
4. Instructies lezen | Kan korte, eenvoudig geschreven aanwijzingen opvolgen. | Kan eenvoudige instructies begrijpen bij apparatuur die men in het dagelijks leven tegenkomt. | Kan duidelijk geschreven, ondubbelzinnige instructies bij een apparaat begrijpen. | Kan lange en complexe instructies op het eigen terrein begrijpen, inclusief details over condities en waarschuwingen als hij de gelegenheid krijgt moeilijke stukken te herlezen.
Tekstkenmerken en kenmerken taakuitvoering
Onderwerp | Concrete zaken over vertrouwde, alledaagse situaties. | Alledaags, bekend en concreet. | Vertrouwde, alledaagse of werkgerelateerde onderwerpen. | Alledaagse onderwerpen en onderwerpen die aansluiten bij het eigen vakgebied.
Woordgebruik en zinsopbouw | Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen. | Hoogfrequente woorden en woorden bekend uit de eigen taal of behorend tot internationaal vocabulaire. Teksten zijn eenvoudig en helder van structuur. | Eenvoudig en alledaags. | Er zijn geen beperkingen mits woordenboeken e.d. voorhanden zijn.
Tekstindeling | Visuele ondersteuning. | De indeling geeft visuele ondersteuning bij het begrijpen van de tekst. | Teksten zijn goed gestructureerd. | Er zijn geen beperkingen.
Tekstlengte | Korte, eenvoudige teksten. | Korte teksten. | Teksten kunnen langer zijn. | Speelt geen rol.
Signalen herkennen en interpreteren | (Geen descriptor op dit niveau) | Kan op basis van een idee over de betekenis van het geheel van korte teksten over alledaagse en concrete onderwerpen, de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit een context afleiden. | Kan de betekenis van onbekende woorden over onderwerpen die gerelateerd zijn aan zijn vakgebied en interesses bepalen aan de hand van de context. Kan de betekenis van zo nu en dan voorkomende onbekende woorden afleiden uit de context en de betekenis van zinnen herleiden, op voorwaarde dat het besproken onderwerp bekend is. | Kan een variëteit aan strategieën gebruiken om tot tekstbegrip te komen, inclusief letten op hoofdpunten en begrip checken met gebruik van contextuele aanwijzingen.
Hulpmiddelen | | | | Incidenteel gebruik van een woordenboek bij gespecialiseerde artikelen buiten het eigen gebied.
- Regeling
- Examen- en kwalificatiebesluit WEB
- Soort
- AMvB
- Geldend vanaf
- 01-08-2026
- BWB-id
- BWBR0027963
- Versie
- 2026-08-01_0