wetzoeker

3.1.2 — Systeemkaartvervanging Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi

Systeemkaartvervanging

Dit beveiligingsconcept voorziet, teneinde reguliere certificaatvervanging te ondersteunen, in de mogelijkheid om de systeemkaart van een boordcomputer te vervangen door een andere.

Om dit “in het veld” door een werkplaats te kunnen laten doen is het concept voor vervanging dusdanig dat er geen kennis van enig geheim vereist is bij degene die de vervanging uitvoert. Hiertoe is met de Personalisator afgesproken:

1. dat elke eerste systeemkaart een dataobject NextKey bevat met daarin een unieke waarde “transportkey2”,

2. dat de Personalisator die waarde voor elke systeemkaart in escrow houdt en

3. dat de Personalisator het SMkeyset object van de desbetreffende vervangende systeemkaart vult met die onthouden waarde.

Uiteraard zal het NextKey dataobject van de vervangende systeemkaart ook weer worden gevuld met een nieuwe unieke waarde (“transportkey3”), zodat een volgende vervanging ook weer kan worden uitgevoerd.

Zoals in de vorige paragraaf is uitgelegd, worden nieuw geproduceerde boordcomputerunits in de fabriek voorgeprogrammeerd met de (typespecifieke) “transportkey1”. In die veilige omgeving kan elke willekeurige nieuwe boordcomputerunit (van een bepaald type) dan ook gekoppeld worden aan elke willekeurige gepersonaliseerde “eerste systeemkaart” (voor datzelfde boordcomputertype).

Bij het vervangen van een systeemkaart wordt de oude systeemkaart gebruikt om de boordcomputerunit te voorzien van de transportkey die nodig is voor de koppeling aan de vervangende systeemkaart. Hierbij blijft die transportkey onzichtbaar voor degene die de vervanging uitvoert. Omdat bovendien geldt dat de transportkey van elke vervangende systeemkaart uniek is voor die kaart, is bovendien gewaarborgd dat een vervangende systeemkaart uitsluitend in één (1) specifieke boordcomputer zal kunnen werken.

NB. Bij het bestellen van een vervangende systeemkaart wordt aan de Personalisator aangeduid om welke “voorloper” het gaat. Hiervoor wordt het systeemkaartnummer gebruikt dat als volgt is opgebouwd: “S” + boordcomputernummer (hetzelfde als dat van de voorloper) + kaartvolgnummer (1 hoger dan dat van de voorloper).

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de toegangscondities en de inhoud van de verschillende security objecten van systeemkaart 1 en 2 en van de boordcomputerunit zowel voor als na het koppelproces.

Tabel 2. Toegangscondities/inhoud van objecten bij systeemkaartvervanging

Security / Data Object | Access Condition | Gekoppeld 1 | Ontkoppeld 1 / Geprod. 2 | Gekoppeld 2

Read | Write | Use | Reset

STK1.RSA.Private | never | never | SM | n.a. | rsakey1 | rsakey1 | n.a.

STK1.DO.NextKey | SM | SM | n.a. | n.a. | transportkey2 | random | n.a.

STK1.DO.BC.Serial | Always | SM | n.a. | n.a. | Serienr. BCT | Leeg

STK1.SMkeyset | never | SM | always | n.a. | uniquekey1 | random/blocked | n.a.

BCT.Secret | BCT custom access conditions | uniquekey1 | transportkey2 | uniquekey2

STK2.RSA.Private | never | never | SM | n.a. | n.a. | rsakey2 | rsakey2

STK2.DO.NextKey | SM | SM | n.a. | n.a. | n.a. | transportkey3 | transportkey3

STK2.DO.BC.Serial | Always | SM | n.a. | n.a. | n.a. | Leeg | Serienr. BCT

STK2.SMkeyset | never | SM | always | n.a. | n.a. | transportkey2 | uniquekey2

Het koppelen van de boordcomputerunit aan de vervangende systeemkaart volgt dezelfde stappen als bij het koppelen aan de eerste (of voorgaande) systeemkaart zoals beschreven in § 3.1.1. Het verschil zit hem in de volgende voorbereidende stappen:

1. Initieer de vervanging door het aanroepen van de desbetreffende functie op de boordcomputer;

2. Lees de waarde “uniquekey1” uit de variabele Secret;

3. Gebruik (indien er nog geen MAC_ENC Secure Messaging kanaal bestaat) “uniquekey1” als een 3DES sleutelset om via een MUTUAL AUTHENTICATE een veilig kanaal (MAC_ENC Secure Messaging kanaal) op te zetten met de huidige systeemkaart;

4. Lees, gebruikmakend van het SM kanaal, de waarde “transportkey2” uit het dataobject NextKey;

5. Maak, gebruikmakend van het SM kanaal, de huidige systeemkaart onklaar:

6. Overschrijf het NextKey data object met een random waarde;

7. Overschrijf het SMkeyset object met een random waarde;

8. Overschrijf het BC.Serial object met een random of een lege waarde;

9. Overschrijf de variabele Secret met “transportkey2” en vernietig daarbij de kennis die de boordcomputerunit van de huidige systeemkaart had;

10. Sluit de kaartsessie;

11. Vervang systeemkaart 1 fysiek voor systeemkaart 2.

12. Hierna dezelfde 7 stappen als bij 1e koppelproces.

13.

NB. Stap 1 kan, naar keuze van de fabrikant, geïnitieerd worden door een (beschermde) menugestuurde optie of automatisch starten wanneer het systeemkaartslot geopend wordt (maar voorafgaand aan het verbreken van de elektrische verbinding tussen boordcomputereenheid en systeemkaart). Hierbij geniet de laatste methode de voorkeur omdat dit een effectieve bescherming tegen misbruik van de systeemkaart biedt.

Regeling
Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
19-12-2020
BWB-id
BWBR0027945
Versie
2020-12-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl