Artikel 6.5 — Beveiligingsaudit Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi
Beveiligingsaudit
FAU_GEN.1 Genereren van gebeurtenisgegevens
8 Er wordt geen door de CC voorgedefinieerd niveau van gebeurtenissen gebruikt.
FAU_GEN.1.1 De TSF genereert een gebeurtenis record van de volgende gebeurtenissen:
○ het aanzetten van de TOE;
– het uitzetten van de TOE;
– het optreden van storingen
9 Een storing treedt op wanneer een onderbreking in de correcte werking van de boordcomputer door een gebeurtenis of fout een permanent karakter heeft.
in de werking van de TSF;
a. een storing in de werking van de registratiefunctie;
b. een storing in de werking van de beveiligingsfuncties;
c. een storing in de werking van de sensoren;
d. een storing in de overbrenging naar een externe interface
e. een storing in de werking van de systeemkaart;
f. een storing in de werking van de boordcomputerkaarten.
– het optreden van fouten
10 Een fout treedt op wanneer de correcte werking van de boordcomputer gedurende korte tijd wordt onderbroken.
in de werking van de TSF;
a. een integriteitfout in de programmatuur;
b. een integriteitfout in de systeemgegevens;
c. een integriteitfout in de opgeslagen gebruikersgegevens;
d. een integriteitfout bij de gegevensuitvoer naar de chauffeurskaart;
e. een fout in de registratiefunctie;
f. een fout die de beveiliging van de boordcomputer in gevaar brengt;
g. een fout bij de gegevensuitvoer naar externe inrichtingen;
h. een fout bij het gebruik van de systeemkaart;
i. een fout bij het gebruik van de boordcomputerkaart;
j. een fout in de bewegingsensor;
k. een fout in de positiebepalingsensor;
l. een fout in de koppeling met de taxameter.
○ het inbrengen van S.BOORDCOMPUTERKAART;
○ het uitnemen van S.BOORDCOMPUTERKAART;
– het inbrengen van een ongeldige S.BOORDCOMPUTERKAART;
– het inbrengen van een S.CHAUFFEURSKAART waarvan blijkt dat de datum en het tijdstip van de laatste registratie op S.CHAUFFEURSKAART op een later tijdstip valt dan de actuele datum en tijdstip volgens de tijdwaarneming van de TSF;
– het niet juist afsluiten van de kaartsessie;
– het inbrengen van S.CHAUFFEURSKAART waarvan blijkt dat de laatste kaartsessie niet juist is afgesloten;
– het ontstaan van onvoldoende opslagcapaciteit;
– het verdwijnen van onvoldoende opslagcapaciteit;
– het ontstaan van onvoldoende opslagcapaciteit op de S.CHAUFFEURSKAART;
– het verdwijnen van onvoldoende opslagcapaciteit op de S.CHAUFFEURSKAART;
– het ontstaan van een onderbreking van ten minste 5 seconden in de stroomvoorziening van de TOE;
– het verdwijnen van een onderbreking van ten minste 5 seconden in de stroomvoorziening van de TOE;
– het begin van een periode waarin de contactgeschakelde voedingsbron is uitgeschakeld in de toestand rijden;
– het einde van een periode waarin de contactgeschakelde voedingsbron is uitgeschakeld in de toestand rijden;
– het vaststellen van een toestand verplaatsen door de verplaatsingsopnemer van de TOE wanneer er geen O.BEWEGINGSGEGEVENS van de S.BEWEGINGSOPNEMER worden verkregen;
– het begin van het niet kunnen verkrijgen van O.POSITIEGEGEVENS gedurende 5 minuten;
– het einde van het niet kunnen verkrijgen van O.POSITIEGEGEVENS gedurende 5 minuten;
– een afwijking van meer dan twee procent tussen de, met behulp van O.BEWEGINGSGEGEVENS en de constante van de boordcomputer in de O.SYSTEEMGEGEVENS, berekende afstand en de werkelijke afstand;
– een afwijking van meer dan vijf procent tussen de O.BEWEGINGSGEGEVENS en de O.POSITIEGEGEVENS;
– het ontstaan van een onderbreking in de koppeling met S.TAXAMETER;
– het verdwijnen van een onderbreking in de koppeling met S.TAXAMETER;
○ het overbrengen van gegevens inclusief de naam van de gebruikte interface;
– het activeren van de TSF;
– het keuren van de TSF;
– het deactiveren van de TSF;
– het vergrendelen van de TSF;
– het inschakelen van een werkingsmodus inclusief naam werkingsmodus;
– het uitschakelen van een werkingsmodus inclusief naam werkingsmodus;
– het begin van rijden in de operationele modus werkingsniveau taxivervoer zonder S.CHAUFFEURSKAART;
– het einde van rijden in de operationele modus werkingsniveau taxivervoer zonder S.CHAUFFEURSKAART;
– het detecteren van een niet-succesvolle authenticatiepoging;
– het installeren van een programmatuurrevisie;
– starten of stoppen van audit- en beveiligingsfuncties;
– het uitblijven of weigeren van een elektronische handtekening door S.CHAUFFEURSKAART of S.SYSTEEMKAART;
– het detecteren van een niet-geautoriseerde (poging tot) wijziging van de TSF configuratie, waaronder het detecteren van een (of meer) van de volgende aan het installeren van een programmatuurrevisie gerelateerde situaties:
a. een integriteit- of authenticiteitfout in de aangeboden O.PROGRAMMATUURREVISIE;
b. het versienummer van de in de TOE operationele O.PROGRAMMATUUR correspondeert niet met het criterium in O.VERVANGBARE_VERSIES uit de aangeboden O.PROGRAMMATUURREVISIE;
c. het aanbieden van een O.PROGRAMMATUURREVISIE met een positieve O.KALIBRATIEINDICATIE terwijl de TOE zich niet in activerings- en keuringsmodus bevindt;
– toegang tot het gebeurtenissenlogboek.
FAU_GEN.1.2 De TSF legt per gebeurtenis ten minste de volgende informatie vast zoals die geldt op het moment van optreden:
○ een automatisch gegenereerd oplopend volgnummer;
○ type van de gebeurtenis (de gebeurteniscode);
○ de datum en het tijdstip als gecoördineerde wereldtijd;
○ de kilometerstand;
○ de verplaatsingstoestand van de auto (rijden/stilstaan);
○ de werkingsmodus en werkingsniveau van de TOE;
○ waar relevant, de uitkomst van de gebeurtenis;
○ waar relevant, aanvullende relevante informatie, waaronder, bij detectie van een niet geautoriseerde (poging tot) installeren van een programmatuurrevisie, vermelding van de specifieke reden waarom dit niet geautoriseerd is;
als een storing of fout is opgetreden tevens:
○ de gebeurteniscode van de aanleiding voor de storing of fout;
als een S.BOORDCOMPUTERKAART is ingebracht in de TSF tevens:
○ het kaartnummer en kaartsoort;
○ de gebruikeridentificatiecode;
als geen S.BOORDCOMPUTERKAART is ingebracht, maar de gebruiker is geïdentificeerd met een burgerservicenummer:
○ het burgerservicenummer.
FAU_SAA.1 Detectie van potentiële inbreuk op beveiliging
FAU_SAA.1.1 De TSF beschouwt de in FAU_GEN.1.1 met een – gemarkeerde gebeurtenissen als beveiligingsrelevant.
FAU_ARP.1 Automatische respons op gebeurtenissen
FAU_ARP.1.1 De TSF geeft een waarschuwingsignaal op het leesvenster wanneer een beveiligingsrelevante gebeurtenis wordt gedetecteerd.
FAU_STG.1 Bescherming van gebeurtenisgegevens
FAU_STG.1.1 De TSF beschermt de opgeslagen gebeurtenis records in O.GEBEURTENISGEGEVENS tegen ongeautoriseerd verwijderen.
FAU_STG.1.2 De TSF voorkomt ongeautoriseerde aanpassingen in de opgeslagen gebeurtenis records in O.GEBEURTENISGEGEVENS.
FAU_STG.4 Voorkomen van verlies van gebeurtenisgegevens
FAU_STG.4.1 De TSF overschrijft de oudste gebeurtenis records met nieuwere wanneer de opslagcapaciteit voor de O.GEBEURTENISGEGEVENS vol is.
FRU_RSA.2 Maximum en minimum quotas
FRU_RSA.2.1 -
11 Vervallen. Er worden geen maximum quota geëist.
FRU_RSA.2.2 De TSF garandeert een minimum hoeveelheid opslagcapaciteit voldoende voor 365 dagen van normaal gebruik tegelijkertijd te gebruiken voor:
○ O.BASISGEGEVENS;
○ O.RITGEGEVENS;
○ O.POSITIEGEGEVENS;
○ O.BEDRIJFSGEGEVENS;
○ O.GEBEURTENISGEGEVENS;
FPT_STM.1 Tijd
FPT_STM.1.1 De TSF is in staat om betrouwbare tijdsregistraties uit te voeren in de Universal Time Coordinated met een afwijking van ten hoogste één (1) seconde en een resolutie van één (1) seconde of nauwkeuriger.
- Regeling
- Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 19-12-2020
- BWB-id
- BWBR0027945
- Versie
- 2020-12-19_0