Artikel 4.1 — Beveiligingsbeleid Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi
Beveiligingsbeleid
P.VASTLEGGEN
De TOE legt de volgende gegevens vast, afhankelijk van de werkingsmodus en het actieve werkingsniveau:
○ Operationele modus basis: In ingeschakelde toestand registreert de TOE altijd de positie- en gebeurtenisgegevens. Direct na installatie van een programmatuurrevisie registreert de TOE de na installatie geldende basisgegevens, gebeurtenisgegevens en systeemgegevens. Indien een boordcomputerkaart is ingebracht registreert de TOE de identiteit van de kaarthouder;
○ Operationele modus arbeidstijd: Na een handmatige selectie van het werkingsniveau arbeidstijd, registreert de TOE de positie- en gebeurtenisgegevens en de arbeidstijdgegevens. Het werkingsniveau arbeidstijd wordt automatisch geselecteerd door het inbrengen van de chauffeurskaart, en kan zonder chauffeurskaart handmatig geselecteerd worden na het invoeren van een burgerservicenummer. Indien een boordcomputerkaart is ingebracht registreert de TOE de identiteit van de kaarthouder, indien identificatie plaatsvindt met een burgerservicenummer, dan registreert de TOE dit burgerservicenummer;
○ Operationele modus taxivervoer: Na een handmatige selectie van het werkingsniveau taxivervoer, registreert de TOE de positie- en gebeurtenisgegevens, de arbeidstijdgegevens en de ritgegevens. Indien een boordcomputerkaart is ingebracht registreert de TOE de identiteit van de kaarthouder, indien identificatie plaatsvindt met een burgerservicenummer, dan registreert de TOE dit burgerservicenummer;
○ Controlemodus: De TOE registreert de positie- en gebeurtenisgegevens en de identiteit van de kaarthouder;
○ Activering/keuringsmodus: De TOE registreert de positie- en gebeurtenisgegevens en de identiteit van de kaarthouder. Direct na installatie van een programmatuurrevisie registreert de TOE de na installatie geldende basisgegevens, gebeurtenisgegevens en systeemgegevens;
○ Bedrijfsmodus: De TOE registreert de positie- en gebeurtenisgegevens en de identiteit van de kaarthouder.
P.BEWAREN_EN_BORGEN
De TOE bewaart de vastgelegde gegevens zodat:
○ wijzigingen van de gegevens detecteerbaar zijn;
○ de gegevens onweerlegbaar gekoppeld zijn aan de TOE;
○ de gegevens onweerlegbaar gekoppeld zijn aan de houder van een boordcomputerkaart.
P.ACTIES
De TOE kan de volgende acties uitvoeren, afhankelijk van de werkingsmodus, het actieve werkingsniveau en de ingebrachte en geauthenticeerde boordcomputerkaart:
○ Selecteren van de juiste werkingsmodus;
○ Activering, deactivering en onderzoek van de TOE;
○ Instellen van de bedrijfsvergrendeling;
○ Detecteren en registreren van storingen
1 Een storing treedt op wanneer een onderbreking in de correcte werking van de boordcomputer door een gebeurtenis of fout een permanent karakter heeft.
;
○ Detecteren en registeren van fouten
2 Een fout treedt op wanneer de correcte werking van de boordcomputer gedurende korte tijd wordt onderbroken.
;
○ Detecteren en registeren van gebeurtenissen;
○ Gegevens tonen op een leesvenster;
○ Gegevens overbrengen van en naar een externe gegevensdrager;
○ Gegevens overbrengen van de chauffeurskaart naar de TOE;
○ Gegevens overbrengen naar een externe inrichting;
○ Gegevens beschikbaar stellen t.b.v. een printer;
○ Geven van waarschuwingssignalen
○ Programmatuurrevisies overbrengen van externe updatemiddelen naar de TOE;
○ Programmatuur van de TOE updaten met programmatuur uit een programmatuurrevisie.
P.UITVOEREN_GEGEVENS
De TOE kan de geregistreerde gegevens uitvoeren, afhankelijk van de ingebrachte boordcomputerkaart:
○ Geen kaart, geen andere authenticatie:
○ systeemgegevens naar een leesvenster.
○ Geen kaart, authenticatie op basis van burgerservicenummer:
○ systeemgegevens naar een leesvenster;
○ ritgegevens van de huidige sessie naar een leesvenster;
○ arbeids-, rij- en rusttijden van de huidige sessie naar een leesvenster;
○ ritgegevens van de huidige sessie naar een uitvoerinterface voor een printer;
○ arbeids-, rij- en rusttijden van de huidige sessie naar een uitvoerinterface voor een printer;
○ Chauffeurskaart:
○ systeemgegevens naar een leesvenster;
○ eigen ritgegevens naar een leesvenster;
○ eigen arbeids-, rij- en rusttijden naar een leesvenster;
○ eigen arbeids-, rij- en rusttijden naar de chauffeurskaart;
○ eigen ritgegevens naar een uitvoerinterface voor een printer;
○ eigen arbeids-, rij- en rusttijden naar een uitvoerinterface voor een printer.
○ Inspectiekaart: alle gegevens met uitzondering van positiegegevens en beveiligingsgegevens,
○ naar een leesvenster;
○ naar een uitvoerinterface voor een printer;
○ naar een extern handhavingsmiddel.
○ Keuringskaart: alle gegevens met uitzondering van positiegegevens en beveiligingsgegevens,
○ naar een leesvenster;
○ naar een uitvoerinterface voor een printer;
○ naar een extern kalibratiemiddel.
○ Keuringskaart, na actieve handeling gevolgd door Inspectiekaart: de positiegegevens naar een extern handhavingsmiddel.
○ Ondernemerskaart: alle gegevens vastgelegd in de bedrijfsvergrendeling voor de desbetreffende vervoerder met uitzondering van positiegegevens en beveiligingsgegevens,
○ naar een leesvenster;
○ naar een uitvoerinterface voor een printer;
○ naar een extern bedrijfsmiddel.
○ Ondernemerskaart: systeemgegevens
○ naar een leesvenster;
○ naar een uitvoerinterface voor een printer;
○ naar een extern bedrijfsmiddel.
De TOE kan
○ de systeemgegevens en
○ alle gegevens vastgelegd in de bedrijfsvergrendeling voor een bepaalde vervoerder met uitzondering van positiegegevens en beveiligingsgegevens
uitvoeren naar een extern bedrijfsmiddel (op afstand of lokaal) indien
○ de TOE voor de betreffende vervoerder vergrendeld is en
○ de TOE, als onderdeel van de bedrijfsgegevens, beschikt over een unieke autorisatie voor deze uitvoer die
○ een nog niet verstreken geldigheidsperiode voor deze uitvoer vermeldt.
P.INVOEREN_GEGEVENS
De TOE kan gegevens invoeren, afhankelijk van de ingebrachte boordcomputerkaart:
○ Keuringskaart:
○ variabele systeemgegevens van het bedieningspaneel;
○ variabele systeemgegevens van een extern kalibratiemiddel.
○ Ondernemerskaart:
○ bedrijfsgegevens van het bedieningspaneel;
○ bedrijfsgegevens van een extern bedrijfsmiddel.
De TOE kan, onafhankelijk van het bestaan van een gebruikerssessie:
○ Programmatuurrevisies invoeren van een extern updatemiddel;
○ Bedrijfsgegevens,
waaronder unieke autorisaties voor gegevensuitvoer zoals vermeld onder P.UITVOEREN_GEGEVENS,
invoeren van een extern bedrijfsmiddel (op afstand of lokaal), indien
○ de TOE voor de betreffende vervoerder vergrendeld is en
○ de bedrijfsgegevens zijn ondertekend door een ondernemerskaart van die vervoerder.
P.VEILIG_UPDATEN
De TOE kan zijn operationele programmatuur updaten met de programmatuur uit een (van een extern updatemiddel afkomstige) programmatuurrevisie indien de TOE heeft vastgesteld dat
○ de programmatuurrevisie integer en authentiek is,
○ uit het corresponderen van het versienummer van de op de TOE operationele programmatuur met de door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde invulling van O.VERVANGBARE_VERSIES blijkt dat de programmatuur uit de programmatuurrevisie geschikt is voor het updaten van de in de TOE operationele programmatuur en
○ een van de volgende situaties van toepassing is:
○ op de TOE is een werkplaatssessie actief of
○ op de TOE is geen gebruikerssessie actief en uit de door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde invulling van O.KALIBRATIEINDICATIE blijkt dat het updaten niet gevolgd hoeft te worden door kalibratie van de TOE.
P.DEACTIVERING
De TOE kan met behulp van een keuringskaart worden gedeactiveerd. Alle gegevens opgeslagen op de TOE tijdens de deactivering worden overgebracht naar een extern kalibratiemiddel met uitzondering van positiegegevens. Positiegegevens kunnen alleen worden overgebracht naar extern handhavingsmiddel als er tijdens P.DEACTIVERING op de TOE wordt aangemeld met achtereenvolgens S.KEURINGSKAART en S.INSPECTIEKAART.
- Regeling
- Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 19-12-2020
- BWB-id
- BWBR0027945
- Versie
- 2020-12-19_0