wetzoeker

3.2.4 — Uitsluiten van vermogensbestanddelen Schenk- en erfbelasting, verkrijging door aanstaande of voormalige echtgenoot of partner, wijziging huwelijkse voorwaarden, pleegkind

Uitsluiten van vermogensbestanddelen

Het ontstaan van een wettelijke gemeenschap van goederen leidt met ingang van 1 januari 2018 in de meeste gevallen niet tot een directe vermogensverschuiving, omdat het vermogen dat de echtgenoten daarvoor in privé bezaten, privé blijft. Dit kan anders zijn als een goed voor het huwelijk aan de echtgenoten gezamenlijk toebehoorde. Door het ontstaan van de wettelijke gemeenschap van goederen gaan dit goed en alle schulden betreffende dit goed tot de ontstane gemeenschap behoren. Dat is bijvoorbeeld het geval als samenwoners gezamenlijk een woning hebben gekocht. Als zij gaan trouwen zonder het maken van huwelijkse voorwaarden omvat de gemeenschap deze woning en de daarop betrekking hebbende schulden. Bij de ontbinding van het huwelijk is dan ieder gerechtigd tot de helft van de woning minus de daarop betrekking hebbende schulden. Deze schulden zijn onder andere de (hypothecaire) schulden die zijn aangegaan voor de aanschaf van de gezamenlijke eigen woning, maar ook bijvoorbeeld de onderlinge schuld tussen de samenwoners die is overeengekomen omdat één van hen tijdens de aanschaf meer eigen vermogen heeft ingelegd.

Mij is bekend dat het gemeenschappelijk worden van deze onderlinge schuld ongewenste effecten kan hebben. Dat komt omdat hierdoor de vordering van degene die het meeste heeft ingelegd per saldo lager wordt. Deze verlaging wordt voorkomen door in de huwelijkse voorwaarden op te nemen dat de gemeenschap van goederen niet de onderlinge schuld omvat. Deze oplossing wordt dan ook in de praktijk geadviseerd. Gebleken is dat er onduidelijkheid bestaat over de mogelijke gevolgen voor de schenkbelasting van een dergelijke bepaling in de huwelijkse voorwaarden. Deze onduidelijkheid wil ik wegnemen voor de veel voorkomende situatie dat twee mensen samen een woning hebben gekocht en daarna een wettelijke gemeenschap van goederen ontstaat. Daarom keur ik, ondanks dat in het geschetste geval wordt afgeweken van het standaard wettelijke huwelijksgoederenregime, onder voorwaarden goed dat in dit geval voor de toepassing van de Successiewet geen sprake is van een schenking. Deze goedkeuring geldt zowel bij het opstellen van huwelijkse voorwaarden voor het aangaan van het huwelijk als tijdens het huwelijk, waarbij een wettelijke gemeenschap van goederen wordt aangegaan waarin de echtgenoten voor gelijke delen gerechtigd zijn. Bij opstellen van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk moet gedacht worden aan de situatie dat echtgenoten zijn gehuwd onder koude uitsluiting maar wel gezamenlijk een eigen woning hebben en na 1 januari 2018 hun huwelijkse voorwaarden wijzigen, waarbij een wettelijke gemeenschap van goederen wordt overeengekomen.

Goedkeuring

Ik keur onder voorwaarden goed dat voor de toepassing van de Successiewet geen sprake is van een schenking als echtgenoten de schuld, die de ene echtgenoot reeds voor het ontstaan van de wettelijke gemeenschap van goederen aan de andere echtgenoot had, buiten de wettelijke gemeenschap van goederen houden. Het betreft de schuld die is ontstaan bij aanschaf van de woning en die is overeengekomen omdat de ene echtgenoot meer eigen vermogen heeft ingelegd.

Voorwaarden

Voor de goedkeuring gelden de volgende vier voorwaarden:

– De echtgenoten nemen in de huwelijkse voorwaarden op dat een wettelijke gemeenschap van goederen volgens het vanaf 1 januari 2018 geldende wettelijke huwelijksgoederenregime wordt aangegaan waarin beiden voor gelijke delen gerechtigd zijn.

– Er is sprake van een onderlinge schuld tussen de echtgenoten die is ontstaan bij de gezamenlijke aanschaf van de eigen woning en die zonder nadere afspraak tot de wettelijke gemeenschap van goederen zou behoren op grond van artikel 94, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

– In de huwelijkse voorwaarden, waarbij een wettelijke gemeenschap is aangegaan, is alleen met betrekking tot bovengenoemde schuld afgeweken van het wettelijke huwelijksgoederenregime.

– Het betreft de aanschaf van een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Regeling
Schenk- en erfbelasting, verkrijging door aanstaande of voormalige echtgenoot of partner, wijziging huwelijkse voorwaarden, pleegkind
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0027898
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl