wetzoeker

3.1.2 — Wat moeten studenten met de inhoud doen? Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen

Wat moeten studenten met de inhoud doen?

Studenten herkennen verhoudingen in verschillende situaties en verschijningsvormen. Ze begrijpen het relatieve karakter van verhoudingen en kunnen daarover redeneren. Ze zijn in staat verhoudingsproblemen op te lossen. Dit loopt van het «eenvoudig» berekenen van bijvoorbeeld de hoeveelheden die nodig zijn voor gerecht voor 6 personen op basis van een recept voor 4, naar het omzetten van «400 meter in 31 seconden» naar een snelheid in km/uur of het bepalen van de schaal van een voorwerp of kaart. De student kiest een passende aanpak. Dat kan bijvoorbeeld zijn: rekenen in stappen in een verhoudingstabel, rekenen «via 1» of een vermenigvuldigfactor gebruiken. Welke manier de student kiest kan zowel worden ingegeven door de situatie als door zijn voorkeur en vaardigheden. Verder leren studenten in situaties «in verhouding» te vergelijken, bijvoorbeeld «wat is in verhouding goedkoper?». Daarbij is het nodig dat ze gelijkwaardige verhoudingen kunnen maken, zoals 1 op de 3 is gelijk aan 2 of de 6 en 5 op de 15. Bij het rekenen en redeneren zetten de studenten als nodig verschillende verschijningsvormen, zoals: «van de», «op de», breuk, deel van, deling, percentage, decimaal getal (factor) in elkaar om.

Regeling
Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-08-2022
BWB-id
BWBR0027879
Versie
2022-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl