wetzoeker

1.1 — vervolg Getallen niveau 1F en 1S Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen

vervolg Getallen niveau 1F en 1S

Niveau 1F Paraat hebben | Niveau 1S Paraat hebben

C Gebruiken – Memoriseren, automatiseren – Hoofdrekenen (noteren van tussenresultaten toegestaan) – Hoofdbewerkingen (+, –, ×, :) op papier uitvoeren met gehele getallen en decimale getallen – Bewerking met breuken (+, –, ×, :) op papier uitvoeren – Berekeningen uitvoeren om problemen op te lossen – Rekenmachine op een verstandige manier inzetten | – geheel getal (deel van nemen): 1/3 deel van 150 euro – in een betekenisvolle situatie een breuk vermenigvuldigen met een geheel getal | – een geheel getal vermenigvuldigen met een breuk of omgekeerd – vereenvoudigen en compliceren van breuken en breuken als gemengd getal schrijven: 6/8 = 3/4 1/5 = 20/100 25/4 = 61/4 – een breuk met een breuk vermenigvuldigen of een deel van een deel nemen, met name in situaties: 1/2 deel van 1/2 liter 3/4 × 5/8 – een geheel getal delen door een breuk of gemengd getal: 10 : 2 1/2 – een breuk of gemengd getal delen door een breuk, vooral binnen een situatie: 1 1/2 : 1/4 ; hoeveel pakjes van 1/4 liter moet je kopen als je 1 1/2 liter slagroom nodig hebt?

Functioneel gebruiken | Functioneel gebruiken

– globaal (benaderend) rekenen (schatten) als de context zich daartoe leent of als controle voor rekenen met de rekenmachine: Is tien euro genoeg? € 2,95 + € 3,98 + € 4,10 1589 – 203 is ongeveer 1600 – 200 – in contexten de «rest» (bij delen met rest) interpreteren of verwerken – verstandige keuze maken tussen zelf uitrekenen of rekenmachine gebruiken (zowel kaal als in eenvoudige dagelijkse contexten zoals geld- en meetsituaties) – kritisch beoordelen van een uitkomst | – standaardprocedures met inzicht gebruiken binnen situaties waarin gehele getallen, breuken en decimale getallen voorkomen

Weten waarom | Weten waarom

– interpreteren van een uitkomst «met rest» bij gebruik van een rekenmachine | – weten dat er procedures zijn die altijd werken en waarom – decimale getallen als toepassing van (tiendelige) maatverfijning – kennis over bewerkingen: 3 + 5 = 5 + 3, maar 3 – 5 ≠ 5 – 3

In deze opsomming is geen verschil gemaakt tussen memoriseren en vlot (binnen enkele seconden) kunnen berekenen.

Een deel van de bewerkingen met breuken, zoals «deel van» kunnen bepalen, is beschreven in het subdomein verhoudingen.

Regeling
Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-08-2022
BWB-id
BWBR0027879
Versie
2022-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl