wetzoeker

Besluit personeel veiligheidsregio’s

Besluit van 24 juni 2010, houdende regels over het personeel van de brandweer, functies voor de bedrijfsbrandweer, functies binnen de GHOR en functies binnen de organisatie van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing en het overleg over het personeel van de brandweer (Besluit personeel veiligheidsregio’s)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-12-2017
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0027841
Versie
2017-12-01_0
SHA-256 bron
6abe402c506c254199f42b30fbc2fe35cddcac738d36d72be7b519b3a281ec8b

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (15)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Bijlage 1 — behorende bij de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste en tweede lid, en artikel 4, vierde lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s (Functies met diplomavereiste)
  14. Bijlage 1a — behorende bij de artikelen 2, eerste lid, en 3, tweede lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s (Functies zonder diplomavereiste)
  15. Bijlage 2 — behorende bij artikel 10, eerste lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s (Gelijkwaardigheid diploma’s)

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. functie: samenstel van te verrichten werkzaamheden;

b. diploma: diploma als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Wet veiligheidsregio’s.

Hoofdstuk 2 — Functies

Artikel 2

1 Bij ministeriële regeling worden voor het personeel van de brandweer regels gesteld over de functies, genoemd in de bijlagen 1 en 1A, en de daarbij behorende eisen over de bekwaamheid.

2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de volgende functies binnen de GHOR:

a. algemeen commandant geneeskundige zorg;

b. directeur publieke gezondheid, voor zover het de GHOR-taken betreft;

c. hoofd acute gezondheidszorg;

d. hoofd informatie geneeskundige zorg;

e. hoofd ondersteuning geneeskundige zorg;

f. hoofd publieke gezondheidszorg;

g. officier van dienst geneeskundig.

3 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de volgende functies binnen de organisatie van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing:

a. calamiteitencoördinator meldkamer;

b. evaluator multidisciplinair oefenen;

c. informatiemanager commando plaats incident;

d. informatiemanager regionaal operationeel team;

e. leider commando plaats incident;

f. procesmanager multidisciplinair oefenen;

g. regionaal operationeel leider;

h. functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident;

i. functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team.

4 Bij ministeriële regeling kunnen voor de bedrijfsbrandweer regels worden gesteld over de volgende functies:

a. bedrijfsbrandweer bestrijder petrochemie;

b. bedrijfsbrandweer bestrijder tankincidenten;

c. bedrijfsbrandweer bevelvoerder;

d. bedrijfsbrandweer bevelvoerder vliegtuigbrand;

e. bedrijfsbrandweer officier van dienst;

f. bedrijfsbrandweer officier van dienst vliegtuigbrand;

g. bedrijfsbrandweer manschap a;

h. bedrijfsbrandweer manschap a bestrijder vliegtuigbrand.

Hoofdstuk 2 — Functies

Artikel 3

1 Bij de functies, genoemd in bijlage 1 en artikel 2, vierde lid, behoort een functiegerichte opleiding die wordt afgesloten met een examen.

2 Voor de functies, genoemd in de bijlagen 1 en 1A, gelden van laag naar hoog de volgende rangen: brandwacht, hoofdbrandwacht, brandmeester, hoofdbrandmeester, commandeur, adjunct-hoofdcommandeur en hoofdcommandeur.

Hoofdstuk 2 — Functies

Artikel 4

1 Een persoon is voorafgaand aan de uitoefening van een of meer functies, genoemd in bijlage 1, in het bezit van het diploma van de bij de desbetreffende functie behorende opleiding.

2 Onze Minister kan ontheffing verlenen voor het in het bezit zijn van het diploma van de bij de desbetreffende functie behorende opleiding, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van het diploma voor de functies brandweerduiker en duikploegleider.

3 In afwijking van het eerste lid kan degene die een opleiding volgt tot een van de functies, genoemd in bijlage 1, als aspirant de desbetreffende functie uitoefenen, met uitzondering van de functies brandweerduiker en duikploegleider.

4 Voorafgaand aan de uitoefening van de functies waarvoor dit in bijlage 1 is aangegeven, wordt een keuring als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de medische keuringen verricht ter bescherming van de gezondheid en veiligheid van de keurling en van derden bij de uitoefening van de desbetreffende functie.

5 Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de aspirant, bedoeld in het derde lid.

6 Met het diploma, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een beroepskwalificatie, verkregen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, die een beroepsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met het diploma wordt nagestreefd.

Hoofdstuk 3 — Overleg

Artikel 5

1 Het overleg, bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de Wet veiligheidsregio’s, staat onder het voorzitterschap van Onze Minister. Onze Minister is bevoegd het voorzitterschap over te dragen aan een door hem aan te wijzen ambtenaar.

2 Tot het overleg worden vertegenwoordigers toegelaten van:

a. iedere centrale van overheidspersoneel, genoemd in artikel 105, tweede lid, onderdeel a tot en met d, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, en

b. andere organisaties, die naar het oordeel van Onze Minister representatief zijn voor het personeel van de brandweer en tegen wier toelating het algemeen belang zich niet verzet.

3 Van de aanwijzing van een vertegenwoordiger als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan aan de voorzitter van het overleg.

4 Schorsing onderscheidenlijk intrekking van de toelating tot de Sectorcommissie, bedoeld in artikel 105, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, heeft van rechtswege ten gevolge schorsing onderscheidenlijk intrekking van de toelating tot het overleg.

5 Onze Minister kan een toelating van een organisatie tot het overleg krachtens het tweede lid, onderdeel b, intrekken, indien de organisatie naar het oordeel van Onze Minister niet meer representatief is dan wel het algemeen belang zich tegen verdere toelating verzet.

Hoofdstuk 3 — Overleg

Artikel 6

1 Het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten kan een vertegenwoordiger aanwijzen die als adviseur aan het overleg deelneemt.

2 Deelnemers aan het overleg kunnen zich voor de behandeling van een bepaald onderwerp door een of meer deskundigen laten bijstaan.

Hoofdstuk 3 — Overleg

Artikel 7

1 De voorzitter van het overleg wijst een secretaris aan.

2 De secretaris staat, onder leiding van de voorzitter, ten dienste van de voorzitter en de vertegenwoordigers van de centrales van overheidspersoneel en andere organisaties als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b.

Hoofdstuk 3 — Overleg

Artikel 8

1 Ter voorbereiding op in het overleg te nemen besluiten of ter uitwerking van in het overleg genomen besluiten kan de voorzitter in overleg met deelnemers aan het overleg een werkgroep instellen, waarin ook personen van buiten het overleg zitting kunnen hebben.

2 De voorzitter wijst de voorzitter van de werkgroep aan.

3 De secretaris van het overleg is tevens secretaris van de werkgroep.

Hoofdstuk 3 — Overleg

Artikel 9

1 Onze Minister bevordert slechts de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s, indien daarover overeenstemming bestaat tussen de voorzitter en de meerderheid van de centrales van overheidspersoneel, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder a.

2 Iedere centrale van overheidspersoneel brengt één stem uit.

3 Indien de stemmen staken, beslist Onze Minister of hij de totstandkoming van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, bevordert.

4 De artikelen 110d tot en met 110k van het Algemeen Rijksambtenarenreglement zijn van overeenkomstige toepassing indien het overleg niet tot een uitkomst zal leiden die de instemming van de voorzitter dan wel de meerderheid van de centrales zal hebben.

Hoofdstuk 4 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 10

1 Het diploma van de bij de desbetreffende functie behorende opleiding wordt gelijkgesteld met het diploma dat is behaald op basis van de examenreglementen overeenkomstig bijlage 2 bij dit besluit.

2 Onder de examenreglementen, genoemd in het eerste lid, wordt verstaan: de examenreglementen, zoals deze luidden op de dag, voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s.

Hoofdstuk 4 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio’s in werking treedt.

Hoofdstuk 4 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit personeel veiligheidsregio’s.

Bijlage 1 — behorende bij de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste en tweede lid, en artikel 4, vierde lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s (Functies met diplomavereiste)

Bijlage 1 — behorende bij de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste en tweede lid, en artikel 4, vierde lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s (Functies met diplomavereiste)

Functies: | Rang: | Keuring

adviseur gevaarlijke stoffen | commandeur | ja

bevelvoerder | brandmeester | ja

brandweerduiker | brandwacht of hoofdbrandwacht | ja

centralist meldkamer | maximaal brandmeester | nee

chauffeur | brandwacht of hoofdbrandwacht | ja

commandant | hoofdcommandeur | nee

commandant van dienst | adjunct-hoofdcommandeur | ja

controleur brandpreventie | maximaal hoofdbrandwacht | nee

docent | maximaal brandmeester | nee

duikploegleider | hoofdbrandwacht | ja

gaspakdrager | brandwacht of hoofdbrandwacht | ja

hoofdofficier van dienst | commandeur | ja

instructeur | maximaal brandmeester | ja

manschap | brandwacht of hoofdbrandwacht | ja

medewerker brandpreventie | maximaal brandmeester | nee

meetplanleider | commandeur | ja

officier van dienst | hoofdbrandmeester | ja

specialist brandpreventie | maximaal hoofdbrandmeester | nee

specialist risico’s en veiligheid | maximaal commandeur | nee

verkenner gevaarlijke stoffen | brandwacht of hoofdbrandwacht | ja

voertuigbediener | brandwacht of hoofdbrandwacht | ja

Bijlage 1a — behorende bij de artikelen 2, eerste lid, en 3, tweede lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s (Functies zonder diplomavereiste)

Bijlage 1a — behorende bij de artikelen 2, eerste lid, en 3, tweede lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s (Functies zonder diplomavereiste)

Functies: | Rang:

manager veiligheid | maximaal adjunct-hoofdcommandeur

medewerker operationele voorbereiding | maximaal brandmeester

medewerker opleiden en oefenen | maximaal brandmeester

oefencoördinator | maximaal brandmeester

operationeel manager | maximaal hoofdbrandmeester

ploegchef | maximaal brandmeester

specialist operationele voorbereiding | maximaal commandeur

specialist opleiden en oefenen | maximaal hoofdbrandmeester

strategisch manager | maximaal adjunct-hoofdcommandeur

tactisch manager | maximaal commandeur

Bijlage 2 — behorende bij artikel 10, eerste lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s (Gelijkwaardigheid diploma’s)

Bijlage 2 — behorende bij artikel 10, eerste lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s (Gelijkwaardigheid diploma’s)

Diploma | Gelijkwaardig aan | Genoemd in Examenreglement

diploma adviseur gevaarlijke stoffen | certificaat van de module waarschuwings- en verkenningsdienstdeskundige in combinatie met het certificaat van de module officier gevaarlijke stoffen | artikel 2, onder h, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993 artikel 2, onder g, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993

diploma bevelvoerder | diploma onderbrandmeester | artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester

diploma brandweerduiker | diploma brandwacht eerste klasse in combinatie met het diploma brandweerduiker | artikel 5 van het Examenreglement brandwacht eerste klasse artikel 8 van het Examenreglement brandweerduiker 1995

diploma centralist meldkamer | diploma brandweercentralist | artikel 2, onder a, van het Examenreglement brandweercentralist 2005

diploma chauffeur | diploma brandwacht eerste klasse in combinatie met het diploma brandweerchauffeur | artikel 5 van het Examenreglement brandwacht eerste klasse artikel 10 van het Examenreglement brandweerchauffeur 1997

diploma commandant van dienst | diploma commandeur of diploma hoofdbrandmeester | artikel 12 van het Examenreglement commandeur 1998 of artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993

diploma controleur brandpreventie | diploma hoofdbrandwacht, in combinatie met het certificaat van de module preventiecontrolefunctionaris | artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht artikel 2, onder c, van het Examenreglement hoofdbrandwacht

diploma instructeur | diploma instructeur | artikel 6 van het Examenreglement instructeur 1993.

diploma duikploegleider | diploma brandwacht eerste klasse in combinatie met het diploma duikploegleider | artikel 5 van het Examenreglement brandwacht eerste klasse artikel 7 van het Examenreglement duikploegleider 2004

diploma gaspakdrager | diploma brandwacht eerste klasse in combinatie met het certificaat van de module gaspakdrager | artikel 5 van het Examenreglement brandwacht eerste klasse artikel 2, onder e, van het Examenreglement brandwacht eerste klasse

diploma hoofdofficier van dienst | diploma hoofdbrandmeester | artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993.

diploma manschap | diploma brandwacht eerste klasse | Artikel 5 van het Examenreglement brandwacht eerste klasse

diploma hoofdbrandwacht | Artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht

diploma medewerker brandpreventie | certificaat van de module preventie | artikel 2, onder c, van het Examenreglement brandmeester

of

certificaat van de module preventie | artikel 2, onder e, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993

diploma meetplanleider | certificaat van de module waarschuwings- en verkenningsdienstdeskundige | artikel 2, onder h, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993

in combinatie met

het certificaat van de module officier gevaarlijke stoffen | artikel 2, onder g, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993

diploma officier van dienst | diploma adjunct-hoofdbrandmeester | artikel 13 van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993

diploma specialist brandpreventie | certificaat van de module preventie | artikel 2, onder e, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993

diploma specialist risico’s en veiligheid | diploma veiligheidsmanager | artikel 27 van het Examenreglement veiligheidsmanager 2004

of

in combinatie met het diploma hoofdbrandmeester: | artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993

het certificaat van de module proactie en risicoanalyse | artikel 2, onder e, van het Examenreglement veiligheidsmanager 2004

en

het certificaat van de module basisveiligheidsmanagement | artikel 2, onder d, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993

diploma verkenner gevaarlijke stoffen | diploma brandwacht eerste klasse | artikel 5 van het Examenreglement brandwacht eerste klasse

in combinatie met

het certificaat van de module verkenner gevaarlijke stoffen | artikel 2, onder d, van het Examenreglement hoofdbrandwacht

diploma voertuigbediener | diploma brandwacht eerste klasse | artikel 5 van het Examenreglement brandwacht eerste klasse

in combinatie met

het certificaat van de module pompbediener | artikel 2, onder b, van het Examenreglement brandwacht eerste klasse.