wetzoeker

4.1 — Competenties Regeling personeel veiligheidsregio’s

Competenties

Competentie: analytisch vermogen

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens.

Niveau B: relaties leggen

> Legt dwarsverbanden. Betrekt ideeën uit verschillende disciplines bij het oplossen van een probleem.

> Ziet de relatie tussen feiten en de mogelijke oorzaken en gevolgen.

> Geeft aan welke informatie vereist is voor een goede beeldvorming en gebruikt effectieve methoden teneinde de relevante informatie te vergaren.

> Onderzoekt alternatieven om zich een oordeel te vormen.

> Omschrijft realistische scenario’s met relaties tussen oorzaak en gevolg.

Competentie: plannen en organiseren

Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.

Niveau B: afstemmen

> Stemt activiteiten (van zichzelf en anderen) op elkaar af.

> Deelt werkzaamheden efficiënt in en stemt activiteiten op elkaar af.

> Heeft inzicht in tijd, middelen en mensen die nodig zijn om een optimaal resultaat te behalen en weet deze te werven.

> Houdt overzicht over de werkzaamheden en toetst de voortgang.

> Legt relaties tussen werkzaamheden binnen de organisatie en stemt planning van eigen werkzaamheden hierop af en weegt belangen en risico’s af.

Competentie: nauwkeurigheid

Verricht werkzaamheden met een grote mate van accuratesse

Niveau A: overzicht houden

> Behoudt het overzicht over de veelvoud van details (ziet door de bomen het bos).

> Blijft zorgvuldig, ook onder druk van belangen, tijd of de ernst van de gevolgen van mogelijke fouten.

> Maakt een gedegen afweging tussen strikt nakomen van regels, richtlijnen of procedures en pragmatisme.

> Beslist over het al dan niet afwijken van richtlijnen.

Competentie: stressbestendigheid

Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).

Niveau D: ontspannen

> Houdt overzicht bij een grote werkvoorraad.

> Blijft goed functioneren onder tijdsdruk.

> Ontspant zich na een zware werkdag.

> Blijft rustig bij hectische omstandigheden

Competentie: mondelinge communicatie

Maakt ideeën en meningen in begrijpelijke taal aan anderen mondeling duidelijk en weet aan te sluiten bij het publiek.

Niveau B: woordenschat en bondig

> Beschikt over een grote woordenschat.

> Brengt de informatie goed geordend en bondig over.

> Vat samen en legt bondig uit.

> Stemt zijn/haar taalgebruik af op de toehoorders.

> Beantwoordt inhoudelijke vragen afdoende.

Regeling
Regeling personeel veiligheidsregio’s
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
18-04-2026
BWB-id
BWBR0027840
Versie
2026-04-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl