wetzoeker

4.1 — Competenties Regeling personeel veiligheidsregio’s

Competenties

Competentie: leidinggeven

Geeft situationeel sturing aan een individuele medewerker en/of een groep in het kader van de taakvervulling.

Niveau C (bijsturen)

– Geeft regelmatig feedback ten aanzien van de uitvoering.

– Stuurt medewerkers bij wanneer de situatie daar om vraagt.

– Motiveert medewerkers om taken tot een goed einde te brengen.

– Biedt houvast bij de uitvoer van taken, door bijvoorbeeld passende handvaten aan te reiken.

– Geeft prioriteiten duidelijk aan.

Competentie: plannen en organiseren

Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.

Niveau B (afstemmen)

– Stemt activiteiten (van zichzelf en anderen) op elkaar af.

– Deelt werkzaamheden efficiënt in en stemt activiteiten op elkaar af.

– Heeft inzicht in tijd, middelen en mensen die nodig zijn om een optimaal resultaat te behalen en weet deze te werven.

– Houdt overzicht over de werkzaamheden en toetst de voortgang.

– Legt relaties tussen werkzaamheden binnen de organisatie en stemt planning van eigen werkzaamheden hierop af en weegt belangen en risico’s af.

Competentie: analytisch vermogen

Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.

Niveau B (relaties leggen)

– Legt dwarsverbanden. Betrekt ideeën uit verschillende disciplines bij het oplossen van een probleem.

– Ziet de relatie tussen feiten en de mogelijke oorzaken en gevolgen.

– Geeft aan welke informatie vereist is voor een goede beeldvorming en gebruikt effectieve methoden teneinde de relevante informatie te vergaren.

– Onderzoekt alternatieven om zich een oordeel te vormen.

– Omschrijft realistische scenario's met relaties tussen oorzaak en gevolg.

Competentie: omgevingsbewustzijn

Is zich bewust van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren. Speelt in op deze ontwikkelingen en vertaalt deze naar het eigen werkgebied.

Niveau C (organisatie)

– Speelt proactief in op ontwikkelingen uit de omgeving die van invloed kunnen zijn op de organisatie.

– Voert een constructieve discussie met belangenpartijen en stakeholders.

– Anticipeert snel op wensen vanuit politiek bestuur.

– Komt met initiatieven die blijk geven van inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen.

– Vertaalt maatschappelijke en politiek/economische ontwikkelingen naar consequenties en realistische voorstellen voor het eigen aandachtsgebied en belangen van de eigen organisatie.

Competentie: overtuigingskracht

Overtuigt anderen van een bepaald standpunt om instemming te krijgen met bepaalde plannen, ideeën of producten.

Niveau C (acceptatie bereiken)

– Overtuigt anderen van zijn/haar standpunt.

– Blijft in discussies bij tegenspel overeind.

– Doet realistische en goed uitvoerbare voorstellen.

– Bereikt acceptatie van ideeën bij anderen.

De volgende competenties worden als aanwezig verondersteld:

– Stressbestendigheid

– Flexibiliteit

– Integriteit

Regeling
Regeling personeel veiligheidsregio’s
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
18-04-2026
BWB-id
BWBR0027840
Versie
2026-04-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl