4.1 — Competenties Regeling personeel veiligheidsregio’s
Competenties
Competentie: stressbestendigheid
Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).
Niveau C: voorbeeld zijn
> Geeft bij tijdsdruk of tegenslag weloverwogen prioriteit aan aspecten van het eigen werk en blijft doeltreffend handelen.
> Is een voorbeeld voor anderen door rustig en adequaat optreden.
> Ziet het betrekkelijke in van tegenwerpingen en laat zich hierdoor niet meeslepen in emotionele meningsverschillen.
> Bewaart de kalmte wanneer de situatie uit de hand dreigt te lopen.
> Toont zich niet snel gespannen op het werk.
Competentie: plannen en organiseren
Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.
Niveau B: afstemmen
> Stemt activiteiten (van zichzelf en anderen) op elkaar af.
> Deelt werkzaamheden efficiënt in en stemt activiteiten op elkaar af.
> Heeft inzicht in tijd, middelen en mensen die nodig zijn om een optimaal resultaat te behalen en weet deze te werven.
> Houdt overzicht over de werkzaamheden en toetst de voortgang.
> Legt relaties tussen werkzaamheden binnen de organisatie en stemt planning van eigen werkzaamheden hierop af en weegt belangen en risico’s af.
Competentie: klantgerichtheid
Weet wensen of behoeften van klanten of gebruikers te onderzoeken en hiernaar te handelen. Speelt in op de doelstellingen van doelgroepen en opdrachtgevers voor de langere termijn.
Niveau B: inleven
> Heeft inzicht in het referentiekader van de klant en handelt daarnaar.
> Achterhaalt de behoeften en wensen van de klant door vraagverheldering en analyse.
> Anticipeert op behoeften van de klant.
> Neem opmerkingen van de klant serieus en zoekt binnen de mogelijkheden actief naar oplossingen.
Competentie: analytisch vermogen
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.
Niveau B: relaties leggen
> Legt dwarsverbanden. Betrekt ideeën uit verschillende disciplines bij het oplossen van een probleem.
> Ziet de relatie tussen feiten en de mogelijke oorzaken en gevolgen.
> Geeft aan welke informatie vereist is voor een goede beeldvorming en gebruikt effectieve methoden teneinde de relevante informatie te vergaren.
> Onderzoekt alternatieven om zich een oordeel te vormen.
> Omschrijft realistische scenario's met relaties tussen oorzaak en gevolg.
Competentie: nauwkeurigheid
Verricht werkzaamheden met een grote mate van accuratesse.
Niveau B: langdurig en effectief
> Gaat effectief om met detailinformatie.
> Voert langdurig met grote precisie werkzaamheden uit (zonder dat dit aan kwaliteit inboet).
> Onthoudt gemakkelijk een veelheid aan details.
> Schat het effect van niet nakomen van regels, richtlijnen of procedures op juiste wijze in en spreekt anderen hierop aan.
- Regeling
- Regeling personeel veiligheidsregio’s
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 18-04-2026
- BWB-id
- BWBR0027840
- Versie
- 2026-04-18_0