wetzoeker

Profiel: operationeel leidinggevende Regeling personeel veiligheidsregio’s

Rol | Competentie | Gedrag

Brandweer-vakman | Vakmanschap Bevorderen van kennisdeling en bewustzijn over de eisen die worden gesteld aan het vakmanschap. | Laat zien over voldoende kennis en vaardigheden te beschikken om zelfstandig uitvoering te kunnen geven aan het ‘rode vakmanschap’. Past zijn of haar kennis en vaardigheden adequaat toe en draagt zijn of haar vakmanschap ook over aan collega’s. Zorgt ervoor dat zijn of haar vakkennis en vaardigheden op peil blijven en motiveert collega’s hier ook aan te werken.

Brandweer-vakman | Kwaliteitsbewaking Ondernemen van actie om de kwaliteit van het eigen werk te verbeteren. Medewerkers aansturen om de kwaliteit van hun werkzaamheden te verbeteren. | Brengt ideeën in voor verbetering teneinde de kwaliteit van dienstverlening te verbeteren. Communiceert de correcte werkwijze aan collega’s en spreekt anderen er op aan als ze niet volgens de geldende regels en protocollen werken. Geeft het goede voorbeeld als het gaat om vakbekwaam handelen, werkt volgens de geldende regels, voorschriften en protocollen.

Manager | Verantwoording afleggen Doordacht en weloverwogen handelen, in lijn met geldende regels en procedures. Verantwoording nemen voor het handelen. | Stelt duidelijke kaders en regels voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Volgt zelf deze regels en stuurt ook het team hier op aan. Neemt doordacht en weloverwogen beslissingen, weegt daarbij voor- en nadelen en mogelijk risico’s zorgvuldig af, ook onder druk. Licht beslissingen toe aan het team en onderbouwt, met inhoudelijke argumenten, waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Geeft ruimte aan het team om hier ook vragen over te stellen. Draagt de verantwoordelijkheid voor het eigen handelen en het handelen van het team, ook als zaken niet goed zijn verlopen.

Resultaatgerichtheid Het helder stellen van doelen (SMART) en het realiseren van resultaten conform tijdpad, normen en afspraken. | Stelt heldere, concrete en haalbare doelen voor zichzelf en voor het team in lijn met de organisatiedoelstellingen. Vertaalt deze doelen naar concrete resultaatafspraken in termen van tijd, middelen en geld. Bewaakt de voortgang en spreekt mensen aan op het al dan niet behalen van resultaten.

Teamcoach | Teamgericht coachen Coachen van één of meerdere teams. Samenwerkingsrelaties tot stand brengen en in stand houden. | Bevordert zelfsturing en zelfregulering in het team door medewerkers duidelijke taken en verantwoordelijkheden te geven en hen zelf oplossingen aan te laten dragen bij problemen of lastige situaties. Geeft ruimte en stimuleert verschillende denkwijzen in het team teneinde het team te versterken, ten bate van het organisatie belang. Versterkt het groepsgevoel.

Stimuleren Medewerkers stimuleren zich in te zetten voor het groepsresultaat. | Geeft medewerkers vertrouwen. Weet anderen te motiveren het beste uit zichzelf en het team te halen. Creëert een open, veilige en respectvolle werksfeer. Stimuleert en stuurt aan op teamprestaties.

Coach | Inlevingsvermogen Luisteren naar en meedenken met anderen, onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen, zich verplaatsen in anderen en bewust omgaan met verschillende achtergronden en belangen. | Heeft oog voor het welzijn van zijn of haar medewerkers en handelt indien nodig. Legt gemakkelijk contact en maakt verbinding met mensen. Neemt de tijd voor mensen, staat open voor de ideeën en meningen van anderen en luistert actief. Signaleert (in)directe emoties en speelt daar actief en effectief op in door contact te zoeken met de medewerker en begrip te tonen.

Ontwikkelen van het individu Anderen stimuleren en ondersteunen bij hun persoonlijke ontwikkeling. Een stimulerende leeromgeving creëren ten behoeve van een lerende organisatie. | Coacht medewerkers op het verbeteren en optimaliseren van hun individuele prestaties. Bespreekt kwaliteiten, talenten en beperkingen met de medewerker en geeft feedback op gedrag. Daagt medewerkers uit om zich te ontwikkelen en geeft daarvoor de ruimte.

Veranderaar | Overtuigen en beïnvloeden Op het juiste moment en met een passende stijl instemming verkrijgen voor ideeën en voorstellen. | Vertaalt besluiten, ideeën en beelden (beleving) zowel naar boven als naar beneden in de organisatie. Beïnvloedt medewerkers door voorbeeld gedrag te laten zien en een passende communicatiestijl te gebruiken. Sluit in zijn of haar communicatie aan op de belevingswereld van de medewerkers.

Luisteren Actief luisteren. Het in gesprekken zodanig structureren, optreden en interveniëren dat het beoogde resultaat op effectieve wijze wordt bereikt. | Luistert actief en vraagt indien nodig door. Is benaderbaar, gaat respectvol om met andere zienswijzen en stelt eigen oordeel uit. Luistert naar ervaringen en heeft begrip voor emoties die teweeg worden gebracht door veranderingen.

Netwerker | Organisatiebewustzijn Het vermogen om relaties en verschillende belangen binnen (en buiten) de organisatie in te schatten, te begrijpen en op basis hiervan te handelen. | Kent de formele en informele structuur van de organisatie, heeft oog voor de verschillende belangen en begrijpt de eigen positie. Heeft oog voor de organisatiecultuur. Is een teamspeler in de samenwerking met andere operationele leiders.

Omgevingsbewustzijn Volgen van relevante ontwikkelingen in de omgeving van de organisatie en benutten voor de eigen werksituatie. | Stelt zich op de hoogte van maatschappelijke ontwikkelingen, zowel binnen de eigen regio als op landelijk niveau. Stelt zich op hoogte van ontwikkelingen binnen het eigen vakgebied. Signaleert relevante ontwikkelingen en vertaalt deze, indien mogelijk, naar de eigen werksituatie.

Regeling
Regeling personeel veiligheidsregio’s
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
18-04-2026
BWB-id
BWBR0027840
Versie
2026-04-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl