3.1 — Uitwerking kerntaken Regeling personeel veiligheidsregio’s
Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1: uitrukken naar en verkenning van het incident
Werkzaamheden
> Stelt (in overleg met de bijrijder en/of zijn leidinggevende) het voertuig zodanig op dat hij zijn werkzaamheden op een veilige en verantwoorde wijze uit kan voeren met oog voor de omgeving.
> Creëert een veilige werkomgeving rondom het voertuig.
> Hij wordt, indien noodzakelijk, gegidst door een ander dan wel assisteert de chauffeur d.m.v. gidsen.
Keuzes en dilemma’s
> Maakt een goede inschatting van de locatie in ongunstige omstandigheden.
> Maakt een keuze voor de werkplek aan de hand van de eigenschappen en (on)mogelijkheden van het voertuig.
Kerntaak 2: bestrijden van het incident
Werkzaamheden als pompbediener
> Verzorgt de waterwinning
− zorgt voor de goede werking van de pomp;
− verhelpt eenvoudige storingen;
− voorziet in een ongestoorde waterlevering;
− maakt gebruik van de bluswatervoorzieningen.
> Bedient het voertuig/de apparatuur
− houdt de pomp operationeel.
> Geeft materiaal en middelen uit en neemt deze in.
> Heeft oog voor de omgeving van het voertuig.
> Heeft oog voor de ontwikkelingen van het incident en informeert de bevelvoerder.
> Fungeert namens de bevelvoerder (bij diens afwezigheid) als aanspreekpunt voor zijn eenheid.
Keuzes en dilemma’s als pompbediener
> Kan bij een lastige waterwinplaats voorzien in een ongestoorde waterlevering.
> Kan eenvoudige storingen oplossen.
> Kan zijn aandacht verdelen tussen het operationeel houden van de pomp en de ontwikkelingen in het incident.
> Kan schakelen tussen verschillende aflegsystemen.
Werkzaamheden als bediener van redvoertuigen
> Maakt het voertuig inzetgereed.
> Bedient het voertuig op een veilige en verantwoorde wijze.
> Overlegt over de inzetmogelijkheden met de leidinggevende.
> Verhelpt eenvoudige storingen.
> Kan de noodbediening uitvoeren.
> Heeft overleg met andere hulpverleners over de inzet van het voertuig.
> Heeft oog voor de ontwikkelingen van het incident en informeert de leidinggevende.
Keuzes en dilemma’s als bediener redvoertuig
> Kiest de juiste opstelplaats in relatie tot het incident en de (on)mogelijkheden van het voertuig.
> Kan eenvoudige storingen oplossen.
> Weegt het risico ten opzichte van het verwachte resultaat af.
Kerntaak 3: herstellen na het incident
Werkzaamheden
> Maakt samen met de brandweereenheid het voertuig en materiaal uitrukgereed.
> Neemt met de ploegleden deel aan een evaluatiegesprek over de inzet.
> Neemt met de ploegleden deel aan een nazorggesprek na een traumatische ervaring.
Keuzes en dilemma’s
Deze zijn niet afzonderlijk te benoemen.
- Regeling
- Regeling personeel veiligheidsregio’s
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 18-04-2026
- BWB-id
- BWBR0027840
- Versie
- 2026-04-18_0