wetzoeker

A — Algemeen Het begrip ‘vaste inrichting’ in bilaterale verdragen

Algemeen

Voor de toepassing van het Besluit voorkoming dubbele belasting (boekwerk IFZ, 1.00.20) wordt ingevolge artikel 2, vierde lid, onder a, van dat besluit onder ,,vaste inrichting’’ mede verstaan ,,werken waarvan de uitvoering langer dan twaalf maanden duurt’’. Deze bepaling dient evenwel geen toepassing te vinden bij de uitvoering van verdragen ter voorkoming van dubbele belasting. Indien werken worden uitgevoerd in een land waarmede Nederland een belastingverdrag heeft gesloten, dient de vraag of in dat land een bedrijf wordt uitgeoefend met behulp van een aldaar aanwezige vaste inrichting, te worden beantwoord aan de hand van het desbetreffende verdrag. Indien een verdrag niet voorziet in een regeling terzake, terwijl ook in het vervolg van deze aanschrijving terzake geen aanwijzing wordt gegeven, behoort in voorkomende gevallen de vraag, of de uitvoering van een werk al dan niet als het uitoefenen van een bedrijf in het desbetreffende land met behulp van een vaste inrichting moet worden beschouwd, aan het ministerie (directie Internationale Fiscale Zaken) te worden voorgelegd.

Regeling
Het begrip ‘vaste inrichting’ in bilaterale verdragen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
22-01-1979
BWB-id
BWBR0027789
Versie
1979-01-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl