wetzoeker

Artikel 1 Besluit herkenningsteken uitvaartstoet van motorvoertuigen

1 Het herkenningsteken, bedoeld in artikel 30c van het RVV 1990, bestaat uit twee zwarte vlaggen in de vorm van een gelijkbenige driehoek, waarbij, zoals weergegeven in figuur 1:

a. de gelijke zijden anderhalf keer zo lang zijn als de ongelijke zijde;

b. de ongelijke zijde minimaal 22 centimeter is;

c. de randen voorzien zijn van een witte retroreflecterende streep van anderhalve centimeter breed; en

d. loodrecht op de ongelijke zijde drie witte retroreflecterende strepen staan afgebeeld, elk van één centimeter breed en op één centimeter afstand van elkaar. De middelste van de drie strepen deelt de vlag in twee gelijke delen.

2 De vlaggen worden, met de ongelijke zijde verticaal geplaatst, gevoerd aan de linker- en rechterzijde van het voertuig.

3 De vlaggen zijn deugdelijk bevestigd aan het voertuig.

4 De vlaggen steken, op de plek waar zij geplaatst zijn, geheel boven het voertuig uit.

5 De vlaggen zijn zo geplaatst dat het zicht van de chauffeur niet wordt belemmerd.

6 De vlaggen zijn zo vervaardigd dat zij zowel bij stilstand als rijdend voldoende zichtbaar zijn voor andere weggebruikers.

Regeling
Besluit herkenningsteken uitvaartstoet van motorvoertuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2010
BWB-id
BWBR0027787
Versie
2010-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl