wetzoeker

Vrijstelling van overdrachtsbelasting en assurantiebelasting voor de Europese Gemeenschappen

Besluit van 22 juli 1974, nr. B74-15201

Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
22-07-1974
Rechtsgebied
Belastingrecht, Formeel belastingrecht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0027782
Versie
1974-07-22_0
SHA-256 bron
5900311faa8799f801db22c9b772c772d741b4f1faa61071fd04c2884463b736

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Tekst

1. In artikel 3, tweede alinea, van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van Euratom van 17 april 1957 was een bepaling opgenomen met betrekking tot kwijtschelding of teruggave van indirecte belastingen.

2. In punt 2 van de Annex bij de Notauitwisseling tussen de Nederlandse Regering en Euratom van 25 juli 1961 is onder meer bepaald dat de vrijstelling van artikel 3, tweede alinea van bovenbedoeld Protocol wordt toegepast als volgt: de Gemeenschap is vrijgesteld van registratie- en zegelrechten met uitzondering van de rechten welke worden geheven op het kapitaalverkeer.

3. Het onder 1 bedoelde Protocol verviel krachtens artikel 28 van het Verdrag tot instelling van een Raad en een Commissie, welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, van 8 april 1965 (in werking getreden op 1 juli 1967) en werd vervangen door het aan het Verdrag gehechte Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen, dat in artikel 3, tweede alinea, letterlijk dezelfde bepaling bevat als die welke bedoeld is onder 1.

4. Ik keur goed dat, bij toepassing hier te lande van de bepalingen als bedoeld zijn onder 2 en 3 vrijstelling van overdrachtsbelasting en assurantiebelasting wordt verleend aan de Europese Gemeenschappen met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 1972, zijnde dit de datum met ingang waarvan de Registratiewet 1917 en de Zegelwet 1917 zijn ingetrokken en de overdrachtsbelasting en de assurantiebelasting worden geheven