wetzoeker

Artikel 4 Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties kinderopvangpersoneel

1 Indien de minister op grond van artikel 11 van de wet eist dat de aanvrager een proeve van bekwaamheid aflegt, draagt de minister ervoor zorg dat:

a. de aanvrager schriftelijk wordt geïnformeerd over de vakken waarop de proeve van bekwaamheid betrekking heeft, over de wijze waarop de proeve van bekwaamheid wordt afgenomen en over de kosten van die proeve;

b. de aanvrager de gelegenheid wordt geboden de proeve van bekwaamheid af te leggen bij een door de minister aan te wijzen opleidingsinstituut;

c. het opleidingsinstituut, bedoeld onder b, de criteria vaststelt voor de beoordeling van de proeve van bekwaamheid en aan de aanvrager opgave doet van het vereiste studiemateriaal;

d. het opleidingsinstituut, bedoeld onder b, de aanvrager binnen twee maanden nadat de aanvrager te kennen heeft gegeven de proeve van bekwaamheid te willen afleggen, de gelegenheid biedt tot het afleggen van die proeve; en

e. het opleidingsinstituut, bedoeld onder b, het resultaat van de proeve van bekwaamheid binnen twee weken schriftelijk meedeelt aan de aanvrager en aan de minister na het afnemen van de proeve van bekwaamheid.

2 De aanvrager voldoet de kosten van de proeve van bekwaamheid.

Regeling
Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties kinderopvangpersoneel
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2017
BWB-id
BWBR0027765
Versie
2017-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl