wetzoeker

Artikel 60 Kadasterregeling 1994

Wijze van bijwerking omtrent netwerken

1 Na de inschrijving in de openbare registers van een proces-verbaal van inbeslagneming van een netwerk waarin het netwerk is aangeduid door middel van de kadastrale aanduidingen van de percelen waarbinnen dit netwerk is aangelegd en geen melding is gemaakt van een eigen kadastrale aanduiding van het netwerk, onderzoekt de bewaarder of het netwerk al onder vermelding van een eigen kadastrale aanduiding in de basisregistratie kadaster is opgenomen.

2 Indien de bewaarder na het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, concludeert dat het netwerk in de basisregistratie kadaster is opgenomen onder vermelding van een eigen kadastrale aanduiding, wordt in de basisregistratie kadaster een verwijzing opgenomen tussen het stukidentificatienummer van het in de openbare registers ingeschreven beslag en de kadastrale aanduiding van het netwerk.

3 Indien de bewaarder na het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, concludeert dat het netwerk in de basisregistratie kadaster is opgenomen door middel van de kadastrale aanduidingen van de percelen waarbinnen dit netwerk is aangelegd, kent hij overeenkomstig artikel VII van het besluit houdende wijziging van het Kadasterbesluit, de Maatregel toeboekgestelde schepen 1992, de Maatregel te boek gestelde luchtvaartuigen en het Arbeidstijdenbesluit vervoer (wijziging in verband met de inwerkingtreding van de Herzieningswet Kadasterwet I en enige andere wetten, alsmede in verband met de kadastrale aanduiding van kabelnetten), ambtshalve een kadastrale aanduiding aan dat netwerk toe. In de basisregistratie kadaster vermeldt de bewaarder de beslaglegger als rechthebbende op het netwerk, onder toevoeging van de volgende aantekening: ‘voorlopige registratie krachtens een beslag’.

Regeling
Kadasterregeling 1994
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
16-07-2026
BWB-id
BWBR0027695
Versie
2026-07-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl