wetzoeker

Artikel 4 Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2010–2011

Instroomtoets

4.1 Voorkomen werkloosheid

Op het bevoegd gezag rust de verplichting in redelijkheid datgene te doen wat van het bevoegd gezag verwacht mag worden ter voorkoming van werkloosheid, respectievelijk om instroom in een werkloosheidsuitkering van betrokkene te voorkomen.

4.2 Trapsgewijze toetsing

De toetsing vindt trapsgewijs plaats. Eerst wordt de onvermijdbaarheid van het ontslag op grond van de door het bevoegd gezag aangegeven reden getoetst en vervolgens wordt de inspanning van het bevoegd gezag beoordeeld.

4.3 Onvermijdbaarheid ontslag

Een ontslag dient gemeld te worden op basis van een van de gronden genoemd in de artikelen7 tot en met 11. In deze artikelen is per ontslaggrond aangegeven hoe het bevoegd gezag de onvermijdbaarheid van het ontslag aantoont.

4.4 Inspanningsverplichting

Bij elke melding wordt beoordeeld of aan het in artikel 4.1gestelde is voldaan. Indien blijkt dat onvoldoende uitvoering is gegeven aan de activiteiten genoemd in het artikel dat op het ontslag van toepassing is, wordt het vergoedingsverzoek afgewezen.

Het bevoegd gezag heeft tal van mogelijkheden en instrumenten van personeelsbeleid die gericht zijn op het voorkomen van een beroep op een werkloosheidsregeling. Omdat niet voor iedere soort ontslag eenzelfde inspanning kan worden verwacht, is bij iedere ontslaggrond zoals gesteld in de artikelen 7 tot en met 11, aangegeven aan welke eisen het bevoegd gezag dient te voldoen.

De inspanningsverplichting is door het Participatiefonds in de volgende categorieën ondergebracht:

Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken

1 overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum;

2 overzicht met data van re-integratiegesprekken.

Categorie II vormen van begeleiding

1 interne begeleiding door de leiding van de school; of

2 externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut.

Categorie III hulp bij behoud van werk, intern

1 intern een andere passende functie aanbieden; of

2 scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag.

Categorie IV hulp bij behoud van werk, extern

A (bij ontslag uit een vast dienstverband)

1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en

2 (vervallen)

3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of

4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).

B (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)

1 (vervallen)

2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of

3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).

De betreffende categorieën en een aantal van de activiteiten zijn opgenomen in de toelichting en in het formulier ‘Opgave medewerker’. Het bevoegd gezag informeert het Participatiefonds schriftelijk op welke wijze aan de inspanningsverplichting is voldaan.

Activiteiten in het kader van de inspanningsverplichting worden uitsluitend in de beoordeling van een vergoedingsverzoek meegenomen indien deze activiteiten hebben plaatsgevonden voorafgaand aan de datum van ontslag.

4.4.1 Schriftelijk bewijs

Bij de categorieën I, II, III en IV wordt in alle gevallen schriftelijk bewijs gevraagd.

Categorie I

Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een overzicht van de data waarop functionerings- en beoordelingsgesprekken hebben plaatsgevonden, dan wel een overzicht van de data waarop re-integratiegesprekken hebben plaatsgevonden. Het overzicht wordt door betrokkene schriftelijk bevestigd. Hiermee verklaart betrokkene dat de gesprekken hebben plaatsgevonden.

Categorie II

Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een overzicht van de data waarop de voortgang van de begeleiding is besproken. Het overzicht wordt door betrokkene schriftelijk bevestigd.

Hiermee verklaart betrokkene dat de gesprekken hebben plaatsgevonden.

Categorie III

Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een overzicht van de data waarop één of meer van de in de toelichting genoemde voorbeelden van activiteiten hebben plaatsgevonden.

Het overzicht wordt door betrokkene schriftelijk bevestigd. Hiermee verklaart betrokkene dat de activiteiten hebben plaatsgevonden.

Categorie IV A sub 1

Als bewijsstuk wordt onder andere geaccepteerd een afschrift van een brief waarmee het bevoegd gezag bij collega schoolbesturen informeert of er voor betrokkene een vacature voorhanden is, dan wel een afschrift van een gespreksverslag waaruit blijkt dat de dreigende werkloosheid van betrokkene aan de orde is gesteld in overlegsituaties met collega schoolbesturen. Indien gebruik wordt gemaakt van een mobiliteitscentrum of arbeidspool wordt als bewijsstuk geaccepteerd een afschrift van de inschrijving bij het mobiliteitscentrum of de arbeidspool.

Categorie IV A sub 3 en IV B sub 2

Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een afschrift van een offerte of van een factuur waaruit blijkt dat het schoolbestuur betrokkene – voorafgaand aan zijn ontslag – middels het aanbieden, en bij acceptatie bekostigen van faciliteiten, in de gelegenheid heeft gesteld zijn positie op de arbeidsmarkt te verbeteren.

Onder faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren wordt (niet limitatief) verstaan trainingen, cursussen of workshops ter verbetering zowel van het persoonlijk niveau (sollicitatietraining, presentatietraining, coachingsgesprekken, een competentie- en beroepskeuzetest) als van het kennisniveau (praktijkgerichte bij- of omscholingscursussen).

Categorie IV A sub 4 en IV B sub 3

Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een afschrift van de brief aan betrokkene waarin het aanbod tot het inschakelen van een outplacementbureau wordt gedaan, in combinatie met een afschrift van een door een outplacementbureau uitgebrachte offerte.

Op die wijze wordt de meeste zekerheid verkregen dat het inderdaad een reëel en substantieel aanbod van outplacement betreft.

4.4.2 Indien door het bevoegd gezag niet (volledig) aan de gevraagde inspanning kan worden voldaan, geeft het bevoegd gezag gemotiveerd aan wat daarvan de reden is.

4.5 Onredelijkheid of onvoldoende onderbouwing

Het vergoedingsverzoek wordt afgewezen indien er sprake is van kennelijke onredelijkheid in het standpunt van het bevoegd gezag, onverminderd het gestelde in artikel 3.

4.6 Herplaatsing vanuit een centrale dienst

Naast de in artikel 4.4 genoemde activiteiten, onderzoekt het bestuur van een centrale dienst of er voor een met ontslag bedreigd personeelslid bij een van de aangesloten bevoegde gezagsorganen een vacature beschikbaar is, tenzij de aard van het ontslag zich hiertegen verzet. Indien blijkt dat er geen vacatures beschikbaar zijn, overlegt het bestuur van de centrale dienst een verklaring van alle aangesloten bevoegde gezagsorganen waaruit blijkt dat zij voor betrokkene geen plaatsingsmogelijkheden hebben.

Regeling
Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2010–2011
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-02-2011
BWB-id
BWBR0027683
Versie
2011-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl