wetzoeker

Toelichting op artikel 5 Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2010–2011

In dit artikel is aangegeven wanneer en op welke wijze het bevoegd gezag het Participatiefonds dient te berichten over de personele bezetting op het niveau van het bevoegd gezag of samenwerkingsverband. Dit artikel is geen zelfstandige toetsingsgrond, maar geeft slechts een beschrijving van de wijze waarop een in dit artikel genoemd ontslag onderbouwd en getoetst wordt.

De personele bezetting is alleen van belang indien deze van invloed is op de reden van ontslag, en is dus niet noodzakelijk bij persoonsgebonden redenen (dus wel bij ontslag op grond van artikel 7, 7A, 7B, 8 of 11 en niet bij ontslag op grond van artikel 9).

5.2 In dit artikel is per soort dienstverband in combinatie met de reden van ontslag aangegeven welke gegevens over de personele bezetting nodig zijn.

5.2.1 Bij een ontslag op grond van formatieve ontwikkelingen van personeel in tijdelijke dienst is het van belang of er sprake is van een vacature op de datum van ontslag. Op het moment dat er wel een vacature is, dient het bevoegd gezag te onderbouwen waarom betrokkene niet in de vacature kan worden benoemd, en waarom het niet mogelijk is om met andere personeelsleden, onder gebruikmaking van alle bevoegdheden, zo te schuiven dat betrokkene alsnog in dienst kan blijven. Dit laatste aspect dient te worden onderbouwd met behulp van artikel 8, dat wil zeggen, de onderdelen van artikel 8 die van toepassing zijn, toegespitst op deze situatie.

5.2.2 Bij een ontslag op grond van kwalitatieve fricties van personeel in tijdelijke dienst is het van belang of er sprake van een vacature op de datum van ontslag. Op het moment dat er wel een vacature is, dient het bevoegd gezag te onderbouwen waarom betrokkene niet in de vacature kan worden benoemd, en waarom het niet mogelijk is om met andere personeelsleden, onder gebruikmaking van alle bevoegdheden, zo te schuiven dat betrokkene alsnog in dienst kan blijven. Dit laatste aspect dient bij de onderbouwing van artikel 8 ook aan de orde te komen.

5.2.3 Bij een ontslag op grond van formatieve ontwikkelingen van personeel in vaste dienst is het van belang om te weten wat de ontwikkelingen zijn geweest van de aanstellingen van het overige personeel in vaste en/of tijdelijke dienst. Hiervoor zijn vijf vragen opgesteld. Indien het antwoord op een of meer van deze vragen ‘ja’ is, dient onderbouwd te worden waarom betrokkene niet voor deze functie in aanmerking kwam. Dit antwoord op de betreffende vragen dient onderbouwd te worden met behulp van artikel 8, dat wil zeggen, de onderdelen van artikel 8 die van toepassing zijn, toegespitst op deze situatie.

5.2.4 Bij een ontslag op grond van kwalitatieve fricties van personeel in vaste dienst is het van belang om te weten wat de ontwikkelingen zijn geweest van de aanstellingen van het overige personeel in vaste en/of tijdelijke dienst.

Hiervoor zijn vijf vragen opgesteld. Indien het antwoord op een of meer van deze vragen ‘ja’ is, dient onderbouwd te worden waarom betrokkene niet voor deze functie in aanmerking kwam. Dit antwoord op de betreffende vragen dient bij de onderbouwing van artikel 8 ook aan de orde te komen. Indien de bijgevoegde bescheiden wel aantonen waarom het personeel in tijdelijke dienst gehandhaafd moet blijven, maar niet waarom juist deze personeelsleden uit vaste dienst ontslagen moeten worden, wordt het ontslag van deze vaste personeelsleden tevens getoetst op grond van artikel 7, 7A of 7B.

Regeling
Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2010–2011
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-02-2011
BWB-id
BWBR0027681
Versie
2011-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl