wetzoeker

Wijzigingswet Wet op de Raad van State (herstructurering Raad van State)

Wet van 22 april 2010 tot wijziging van de Wet op de Raad van State in verband met de herstructurering van de Raad van State

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-09-2010
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0027618
Versie
2010-09-01_0
SHA-256 bron
b04ff3e1142b5a70f0ee471baf9bece2daec7138248b112e472e9a9cde146a37

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (21)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel X
  11. Artikel XI
  12. Artikel XII
  13. Artikel XIII
  14. Artikel XIIIA
  15. Artikel XIIIB
  16. Artikel XIIIC
  17. Artikel XIIID
  18. Artikel XIIIE
  19. Artikel XIV
  20. Artikel XIVA
  21. Artikel XV

Artikel I

Wijzigt de Wet op de Raad van State.

Artikel II

Wijzigt de Ambtenarenwet.

Artikel III

Wijzigt de Gemeentewet.

Artikel IV

Wijzigt de Provinciewet.

Artikel V

Wijzigt de Vreemdelingenwet 2000.

Artikel VI

Wijzigt de Waterschapswet.

Artikel VII

Wijzigt de Waterstaatswet 1900.

Artikel VIII

Wijzigt de Wet milieubeheer.

Artikel IX

Wijzigt de Wet op de rechtsbijstand.

Artikel X

Wijzigt de Wet op de waterhuishouding.

Artikel XI

Wijzigt de Wet bezoldiging Raad van State en Algemene Rekenkamer.

Artikel XII

Wijzigt de Aanpassingswet invoering bachelor-masterstructuur.

Artikel XIII

Wijzigt de Wijzigingswet Wet op de rechterlijke organisatie, enz. (voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie).

Artikel XIIIA

Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.

Artikel XIIIB

Wijzigt de Beroepswet.

Artikel XIIIC

Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Artikel XIIID

Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden.

Artikel XIIIE

Wijzigt de Wet inrichting landelijk gebied.

Artikel XIV

1 Zij die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet lid zijn van de Raad van State, blijven lid van de Raad van State. Artikel 1, eerste lid, blijft zo nodig buiten toepassing.

2 Zij zijn lid van de Afdeling advisering en van de Afdeling bestuursrechtspraak, tenzij bij koninklijk besluit anders wordt bepaald, onverminderd de derde volzin van artikel 2, derde lid. Artikel 2, vierde lid, blijft zo nodig buiten toepassing.

3 Indien zij niet voldoen aan het vereiste, gesteld in artikel 2, vierde lid, kunnen zij niet het ambt van voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak vervullen.

4 Indien zij niet voldoen aan het vereiste, gesteld in artikel 2, vierde lid, kunnen zij:

a. de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak niet vervangen,

b. geen zitting hebben in een enkelvoudige kamer en

c. niet de meerderheid vormen van de leden van een meervoudige kamer.

5 Zolang de Raad van State meer leden telt dan voorzien in artikel 1, eerste lid, kunnen, indien een vacature ontstaat, in afwijking van dit lid nieuwe leden worden benoemd, indien een evenwichtige samenstelling van de Raad van State dit vergt, mits het aantal leden daardoor niet groter wordt dan voor het ontstaan van de vacature.

6 Staatsraden in buitengewone dienst die zijn benoemd op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, zijn belast met de taak of taken waarmee zij op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet waren belast. Het derde en het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel XIVA

De tekst van de Wet op de Raad van State wordt in het Staatsblad geplaatst. Voor de plaatsing in het Staatsblad stelt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de nummering van de artikelen van de Wet op de Raad van State opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen met de nieuwe nummering in overeenstemming.

Artikel XV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.