wetzoeker

Artikel 3.16 Regeling op het specifiek cultuurbeleid

Symfonieorkesten en muziekensembles

1 De minister kan subsidie verstrekken aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van symfonisch aanbod, indien de instelling:

a. een breed repertoire aanbiedt;

b. haar activiteiten geografisch op een geconcentreerde wijze spreidt in de regio of het verzorgingsgebied waarin zij haar standplaats heeft;

c. ten minste eenmaal per jaar om niet beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een subsidie ontvangt op grond van artikel 3.22 of 3.23;

d. een beleid voert dat talentontwikkeling bevordert; en

e. een beleid voert dat samenwerking met andere orkesten en derden bevordert.

2 De minister verstrekt op grond van het eerste lid aan ten hoogste zes instellingen subsidie, waarbij in de regio Noord, de regio Oost, de regio Zuid, de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam en de gemeente Den Haag er telkens ten hoogste één instelling haar standplaats heeft.

3 In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, zijn de instellingen in regio Oost en in regio Zuid ten minste tweemaal per jaar om niet beschikbaar voor de begeleiding van een productie van een instelling die een subsidie ontvangt op grond van artikel 3.22 of 3.23.

Regeling
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
21-08-2025
BWB-id
BWBR0027597
Versie
2025-08-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl