wetzoeker

Artikel 3.12 Regeling op het specifiek cultuurbeleid

Theater

1 De minister kan subsidie verstrekken aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van theatervoorstellingen, indien de instelling:

a. een substantieel deel van haar voorstellingen realiseert op een podium, dat meer dan 400 zitplaatsen heeft, in de regio of de gemeente waar de instelling haar standplaats heeft;

b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert;

c. voor haar artistieke continuïteit niet afhankelijk is van één maker of een groep van makers van theater; en

d. een beleid voert dat talentontwikkeling bevordert.

2 De minister verstrekt op grond van het eerste lid aan ten hoogste vier grote instellingen in de kernpunten subsidie, waarvan ten hoogste twee instellingen hun standplaats hebben in de grote gemeenten, voor zover de instelling:

a. per jaar gemiddeld twee producties bestemd voor een podium met meer dan 400 zitplaatsen uitvoert; en

b. een beleid voert dat doorstroming van talent naar de grote zaal bevordert.

3 De minister verstrekt op grond van het eerste lid aan ten hoogste vier middelgrote instellingen in de kernpunten subsidie, waarvan niet meer dan één instelling haar standplaats heeft in de grote gemeenten, voor zover de instelling ten minste per jaar één productie bestemd voor een podium met meer dan 400 zitplaatsen uitvoert.

4 De minister kan op grond van het eerste lid subsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats heeft in de regio Noord en haar theatervoorstellingen in de Friese taal verzorgt.

5 Per kernpunt verstrekt de minister op grond van dit artikel aan niet meer dan één instelling subsidie.

Regeling
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
21-08-2025
BWB-id
BWBR0027597
Versie
2025-08-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl