Artikel 5.3 Beleidsregel veiligheid zeeschepen
1 Ten aanzien van de opstelling en de inrichting van acetyleen las- en snij-installaties is aan artikel 23, zesde lid, van de Regeling veiligheid zeeschepen voldaan indien:
a. de acetyleen las- en snij-installatie, met inbegrip van het leidingsysteem, voldoet aan de desbetreffende regels van het klassenbureau;
b. de acetyleen- en zuurstofflessen gescheiden staan opgesteld, zich bevinden in een goed geventileerde omgeving en volkomen vet- en olievrij zijn;
c. de flessen beschermd staan opgesteld buiten de machinekamer en accommodatie, op het hoogste doorgaande dek, zodat in geval van nood de flessen eenvoudig overboord kunnen worden gezet;
d. de leidingsystemen niet door ongeventileerde ruimten of door bemannings- of passagiersruimten lopen;
e. de toegangsdeuren, indien nodig, voorzien zijn van waarschuwingen;
f. de leidingen in een duidelijk herkenbare kleur geverfd zijn: preferent rood voor acetyleen en blauw voor zuurstof;
g. de acetyleen las- en snij-installatie voorzien is van gebruiksaanwijzingen en veiligheidsvoorzieningen;
h. de periodieke vervanging van specifieke onderdelen, zoals reduceers en hoge druk slangen, uitgevoerd worden volgens voorschriften van de leverancier.
2 In het geval van een acetyleen las- en snij-installatie met meerdere flessen is voorzien in:
a. een afsluiter met reduceer aan het einde van de hoge druk verzamelleiding;
b. een afsluiter met reduceer aan het einde van de lage druk leiding;
c. een manometer voor en na de reduceer aan het einde van de hoge druk verzamelleiding;
d. een manometer na elke reduceer aan het einde van de lage druk leiding;
e. een vlamdover direct na de lage druk reduceer voor zowel de zuurstof- als acetyleen slang;
f. een vlamdover direct na de hoge druk reduceer voor acetyleen.
3 Ten aanzien van de opstelling en de inrichting van acetyleen las- en snij-installaties is aan artikel 23, zesde lid, van de Regeling veiligheid zeeschepen eveneens voldaan indien de volgende door het Nederlands Normalisatie-Institutuut te Delft uitgegeven normen zijn toegepast:
NEN-EN 562:2003 | Apparatuur voor autogeenlassen – Manometers voor gebruik bij lassen, snijden en verwante processen
NEN-EN 730-1:2002 | Apparatuur voor autogeenlassen – Veiligheidsvoorzieningen – Deel 1: Met ingebouwde vlamdover
NEN-EN 730-2:2002 | Apparatuur voor autogeenlassen – Veiligheidsvoorzieningen – Deel 2: Zonder ingebouwde vlamdover
NEN-EN-ISO 2503:1998 | Apparatuur voor autogeenlassen – Drukregelaars voor gasflessen voor gebruik bij lassen, snijden en verwante processen tot 300 bar
NEN-EN-ISO 14113:1997 | Apparatuur voor autogeenlassen – Slangensamenstellen van rubber en kunststof voor gecomprimeerde of vloeibare gassen met een maximale ontwerpdruk van 450 bar
NEN-EN-ISO 14114:1999 | Apparatuur voor autogeen lassen – Verdeelsystemen voor acetyleen voor lassen, snijden en verwante processen – Algemene eisen
NEN-ISO 9090:1992 | Gasdichtheid van apparatuur voor autogeenlassen en aanverwante processen
NEN-ISO 9539:1992 | Materialen voor apparatuur voor autogeenlassen, snijden en aanverwante processen
- Regeling
- Beleidsregel veiligheid zeeschepen
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 30-07-2010
- BWB-id
- BWBR0027556
- Versie
- 2010-07-30_0