wetzoeker

Motiveringen Beleidsregels voor lozing op oppervlaktewater door storting van baggerspecie in Wm-vergunningplichtige winputten

Hieronder wordt een niet limitatief aantal voorbeelden van situaties genoemd waarbij het bevoegd gezag (tijdelijke) overschrijdingen van de waterkwaliteitsnormen kan toestaan. Benadrukt wordt dat dit voorbeelden zijn en dat een vergunningaanvrager ook andere gronden kan aanvoeren waarom normoverschrijdingen toelaatbaar zijn. Het bevoegd gezag behoudt echter de mogelijkheid om de aanvraag af te wijzen, ook als deze overeenkomt met een van de onderstaande voorbeelden. Het is belangrijk dat in de aanvraag goed wordt onderbouwd waarom een (tijdelijke) overschrijding van de waterkwaliteitsnormen kan worden toegestaan.

Een (tijdelijke) overschrijding van de waterkwaliteitsnormen kan worden toegestaan indien dit geen belemmering is voor de functies van het in de winput aanwezige oppervlaktewater. Dit is bijvoorbeeld vaker het geval als een winput zich in of nabij een haven- of industriegebied bevindt. Deze mogelijkheid kan zich ook voordoen als de stortactiviteiten alleen in een bepaald seizoen worden uitgevoerd, zodat bijvoorbeeld de functies recreatie en/of natuur (rustplaats voor trekvogels) niet verstoord worden.

Een (tijdelijke) overschrijding van de waterkwaliteitsnormen kan ook worden toegestaan indien dit niet leidt tot onaanvaardbare humane en ecologische risico’s met betrekking tot het in de winput aanwezige oppervlaktewater. Om dit te toetsen kan gebruik worden gemaakt van de methoden die in het kader van de Wet bodembescherming worden gebruikt om humane en ecologische risico’s te bepalen. Deze methoden worden beschreven in de Richtlijn Nader Onderzoek Waterbodems

5 Richtlijn Nader Onderzoek Waterbodem, 14 februari 2008, Rijkswaterstaat AKWA/Waterdienst.

.

Een (tijdelijke) overschrijding van de waterkwaliteitsnormen kan voorts worden toegestaan indien in de eindsituatie de winput in zijn geheel is volgestort waardoor het oppervlaktewater na afloop van de stortfase is verdwenen. Een strenge bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewater tijdens de stortfase is niet noodzakelijk (let op: acute toxiciteit mag niet optreden; dit wordt getoetst in stap 3c).

Het verspreiden van vrijkomende verontreinigingen tijdens de vulfase kan beperkt worden door binnen de winput met drempels en/of dijken de verontreinigingen te isoleren van de overige delen van de winput. Dit zorgt echter wel voor lokaal hogere gehalten in het geïsoleerde deel van de winput waar op dat moment de stortactiviteiten plaatsvinden. Indien de aanvrager kan aantonen dat waterkwaliteitsnormen alléén in het compartiment worden overschreden waar de stortactiviteiten op dat moment plaatsvinden, kunnen deze overschrijdingen voor deze situatie toegestaan worden.

Regeling
Beleidsregels voor lozing op oppervlaktewater door storting van baggerspecie in Wm-vergunningplichtige winputten
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
16-04-2010
BWB-id
BWBR0027505
Versie
2010-04-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl