wetzoeker

Regeling identificatie en traceerbaarheid van explosieven voor civiel gebruik

Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 28 januari 2010, nr. BJZ2010001197 tot vaststelling van regels met betrekking tot de unieke identificatie van explosieven voor civiel gebruik

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2016
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0027285
Versie
2016-01-01_0
SHA-256 bron
a9dfae737ca5c4df3612112491ffc24e7d3edd604c4e104b7b7ff93db444eb4b

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (18)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 1a
  3. Artikel 2
  4. Artikel 3
  5. Artikel 4
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6
  8. Artikel 7
  9. Artikel 8
  10. Artikel 9
  11. Artikel 10
  12. Artikel 11
  13. Artikel 12
  14. Artikel 13
  15. Artikel 14
  16. Artikel 15
  17. Artikel 16
  18. Artikel 17

Paragraaf 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

ILT: Inspectie Leefomgeving en Transport;

lonten: niet-exploderende ontstekingsvoorzieningen in de vorm van een snoer;

slaghoedjes: metalen of kunststof doppen met een kleine hoeveelheid van een primair explosief mengsel dat gemakkelijk ontbrandt door wrijving en die dienen als ontstekingselement in kleine wapenpatronen of in ontstekingsmechanismen voor voortdrijvende ladingen;

veiligheidslonten: lonten bestaande uit een kern van fijngemalen zwart kruit, omhuld door een flexibel weefsel met een of meer beschermende buitenlagen en die bij ontsteking branden in een vooraf bepaald tempo zonder extern explosie-effect;

wet: Wet explosieven voor civiel gebruik.

Paragraaf 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1a

Artikel 3, eerste lid, aanhef en onder d, en derde lid, van de wet en deze regeling gelden niet voor lonten, slaghoedjes en veiligheidslonten.

Paragraaf 2 — Uitzonderingen op het markeren met een unieke identificatie

Artikel 2

Indien een explosief verdere fabricageprocessen moet ondergaan, kunnen producenten afzien van het markeren van een explosief met een nieuwe unieke identificatie, tenzij de oorspronkelijke unieke identificatie niet langer overeenkomstig artikel 3, derde lid, van de wet, is bevestigd of aangebracht.

Paragraaf 2 — Uitzonderingen op het markeren met een unieke identificatie

Artikel 3

Indien een explosief voor uitvoer wordt geproduceerd en het overeenkomstig de vereisten van het land van invoer met een identificatie is gemarkeerd, zodat het traceerbaar is, kan worden afgeweken van artikel 3, eerste lid, onder d, van de wet.

Paragraaf 3 — Het toewijzen van een productlocatiecode

Artikel 4

ILT wijst op aanvraag van de producent elke productielocatie binnen Nederland een code van drie cijfers toe.

Paragraaf 3 — Het toewijzen van een productlocatiecode

Artikel 5

Bij een productlocatie buiten de Europese Gemeenschap wijst, indien Nederland de lidstaat van invoer is, ILT de in artikel 4 bedoelde code toe.

Paragraaf 4 — De wijze waarop de unieke identificatie wordt aangebracht of bevestigd

Artikel 6

De unieke identificatie van patronen en explosieven in zakken wordt aangebracht in de vorm van een zelfklevend etiket op elk patroon of elke zak of rechtstreeks daarop gedrukt.

Paragraaf 4 — De wijze waarop de unieke identificatie wordt aangebracht of bevestigd

Artikel 7

De unieke identificatie van explosieven die uit twee componenten bestaan, wordt aangebracht in de vorm van een zelfklevend etiket of rechtstreeks gedrukt op elke kleinste verpakkingseenheid die de twee componenten bevat.

Paragraaf 4 — De wijze waarop de unieke identificatie wordt aangebracht of bevestigd

Artikel 8

De unieke identificatie van gewone ontstekers wordt in de vorm van een zelfklevend etiket op de behuizing van de ontsteker aangebracht of rechtstreeks daarop gedrukt.

Paragraaf 4 — De wijze waarop de unieke identificatie wordt aangebracht of bevestigd

Artikel 9

De unieke identificatie van elektrische, niet-elektrische en elektronische ontstekers wordt aangebracht in de vorm van een zelfklevend etiket op de bedrading, de buis of de behuizing van de ontsteker, of rechtstreeks op de behuizing gedrukt.

Paragraaf 4 — De wijze waarop de unieke identificatie wordt aangebracht of bevestigd

Artikel 10

De unieke identificatie van primers en boosters wordt in de vorm van een zelfklevend etiket daarop aangebracht of rechtstreeks daarop gedrukt.

Paragraaf 4 — De wijze waarop de unieke identificatie wordt aangebracht of bevestigd

Artikel 11

De unieke identificatie van slagsnoeren wordt:

a) in de vorm van een zelfklevend etiket op de haspel aangebracht of rechtstreeks daarop gedrukt; en

b) om de vijf meter aangebracht op het buitenste omhulsel van het snoer of op het geëxtrudeerde plastic omhulsel net onder de buitenlaag van het snoer.

Paragraaf 4 — De wijze waarop de unieke identificatie wordt aangebracht of bevestigd

Artikel 12

De unieke identificatie van blikken en bussen die explosieven bevatten, wordt in de vorm van een zelfklevend etiket daarop aangebracht of rechtstreeks daarop gedrukt.

Paragraaf 4 — De wijze waarop de unieke identificatie wordt aangebracht of bevestigd

Artikel 13

In de gevallen, genoemd in de artikelen 6 en 8 tot en met 12 kan tevens een passief, inert elektronisch merk worden aangebracht op de desbetreffende explosieven, onderdelen of verpakkingseenheden van explosieven of ontstekingsmiddelen.

Paragraaf 4 — De wijze waarop de unieke identificatie wordt aangebracht of bevestigd

Artikel 14

Op elke doos met daarin de in de artikelen 6 en 8 tot en met 11 genoemde explosieven, onderdelen of verpakkingseenheden van explosieven of ontstekingsmiddelen, wordt een corresponderend etiket aangebracht en, indien van toepassing, een corresponderend elektronisch merk.

Paragraaf 4 — De wijze waarop de unieke identificatie wordt aangebracht of bevestigd

Artikel 15

Ondernemingen uit de sector explosieven kunnen ten behoeve van hun klanten afneembare kopieën van het originele etiket op de explosieven aanbrengen, waarop duidelijk zichtbaar is dat het slechts kopieën betreft.

Paragraaf 5 — Slotbepalingen

Artikel 16

Deze regeling treedt in werking met ingang van 5 april 2013.

Paragraaf 5 — Slotbepalingen

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling identificatie en traceerbaarheid van explosieven voor civiel gebruik.