wetzoeker

Artikel 19 Rechtspositiebesluit voorzitters huurcommissie 2010

Schorsing en ontslag

1 Het ontslag op eigen verzoek, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, wordt niet eerder verleend dan een maand en niet later dan drie maanden na de dag waarop het verzoek om ontslag is ingekomen.

2 Van het eerste lid kan worden afgeweken:

a. indien het belang van de huurcommissie dat naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk maakt, met dien verstande dat de termijn van drie maanden, genoemd in het eerste lid, tot ten hoogste zes maanden kan worden verlengd en dat bij de verlenging in redelijkheid met het belang van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter rekening wordt gehouden;

b. ingevolge een daartoe strekkend verzoek aan Onze Minister van de betrokken voorzitter, plaatsvervangend voorzitter of zittingsvoorzitter.

3 Het ontslag op verzoek van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter, het ontslag wegens ongeschiktheid tot het vervullen van het ambt wegens ziekte, het ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken en het ontslag wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 3e van de wet, wordt eervol verleend.

4 Artikel 98, derde tot en met twaalfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing op het ontslag van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter wegens ongeschiktheid tot het vervullen van het ambt wegens ziekte.

Regeling
Rechtspositiebesluit voorzitters huurcommissie 2010
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-04-2010
BWB-id
BWBR0027218
Versie
2010-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl