Paragraaf 2.1 — Van rechtswege toelating tot verblijf: Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in Aruba
Van rechtswege toelating tot verblijf:
Van rechtswege toelating wordt toegekend aan degene die voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3 van de LTU (zie ook hierna paragraaf 3.1). Daarvan wordt op aanvraag een verklaring afgegeven (artikel 3, tweede lid, LTU).
De volgende personen hebben van rechtswege toelating tot verblijf in Aruba:
a. personen die in dienst zijn van het Land dan wel in dienst bij een van de andere landen van het Koninkrijk, of in dienst zijn van een internationale organisatie, of een door het Land dan wel de andere landen van het Koninkrijk gesubsidieerde instelling, en in Aruba zijn gestationeerd;
b. personen die in dienst zijn geweest van Aruba of vóór 1 januari 1986 in dienst waren van de Nederlandse Antillen of het eilandgebied Aruba en uit dien hoofde pensioen of uitkering bij wijze van pensioen genieten, alsmede de niet hertrouwde weduwen van zodanige personen;
c. in Aruba als zodanig toegelaten beroepsconsuls, beroepsconsulaire ambtenaren en ander consulair personeel;
d. militairen of civiele personeelsleden, in dienst van een ander land, gedurende de tijd dat zij in Aruba zijn gestationeerd, of op grond van een verdrag toelating in Aruba hebben;
e. opvarenden van tot de zee- of luchtmacht van enige mogendheid behorende schepen of luchtvaartuigen, gedurende de tijd, dat Aruba met toestemming van de bevoegde autoriteit wordt aangedaan;
f. Nederlanders die gedurende langer dan vijf jaar in Aruba zijn toegelaten geweest van rechtswege of krachtens vergunning;
g. personen die gedurende ten minste vijf jaar gehuwd zijn met en inwonen bij een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, LTU of een persoon als bedoeld als hiervoor, onderdeel a tot en met f, en gedurende een periode van ten minste vijf jaar toelating en hoofdverblijf in Aruba hebben of hebben gehad, alsmede de uit dat huwelijk geboren of staande dat huwelijk geadopteerde of erkende minderjarige inwonende kinderen;
h. personen, in Aruba geboren, die de Nederlandse nationaliteit niet bezitten, mits zij de leeftijd van tien jaar hebben bereikt, en sedert hun eerste levensjaar in Aruba zijn toegelaten geweest;
i. echtgenoten of partners in een duurzame relatie, alsmede minderjarige kinderen, voor zover zij een gemeenschappelijke huishouding voeren met een persoon als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, d of e LTU; aan bedoelde echtgenoten of partners worden geen nadere voorwaarden gesteld voor de uitoefening van een beroep of het verrichten van arbeid.
Ad g
Artikel 3, eerste lid, onderdeel g, van de LTUV (AB 1993 no. GT 33) luidde van 1 juli 2012 tot 1 december 2018: ‘g. degene die gehuwd is met en inwoont bij een persoon, genoemd in artikel 1, eerste lid, of een persoon als bedoeld in de onderdelen a tot en met f, alsmede de uit dat huwelijk geboren of staande dat huwelijk geadopteerde of erkende minderjarige inwonende kinderen;’
Degene die op 1 december 2018 van rechtswege toelating tot verblijf had op grond van dit artikel 3, eerste lid, onderdeel g, van de LTUV zoals dat ingevolge Artikel VI van de LTUV AB 2018 no. 70 van 1 juli 2012 tot 1 december 2018 luidde, behield deze verblijfstitel, onverminderd artikel 5, eerste lid, van de LTUV (AB 1993 no. GT 33).
Dit is van overeenkomstige toepassing op de uit het bedoelde huwelijk geboren of staande dat huwelijk geadopteerde of erkende minderjarige inwonende kinderen (zie artikel VI en VII van de LTUV 2018, no. 70).
- Regeling
- Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in Aruba
- Afkortingen
- HRWN-A
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 01-07-2026
- BWB-id
- BWBR0027122
- Versie
- 2026-07-01_0