wetzoeker

4 — Projectgegevens Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010

Projectgegevens

a. Het project betreft: | ○ productie van hernieuwbare elektriciteit

○ productie van hernieuwbaar gas

b. Voor welke categorie productie-installatie vraagt u subsidie aan?

○ Afvalverbranding (AVI)

○ Stortgas, afvalwaterzuivering (AWZI), rioolwaterzuivering (RWZI)

○ GFT-vergisting (Groente, fruit en tuinafval)

○ Overige vergisting (o.a. VGI-vergisting )

○ Thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa inclusief plantaardige en dierlijke restvetten en restoliën ≤10 MWe

○ Thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa exclusief plantaardige en dierlijke restvetten en restoliën ≤10 MWe

○ Thermische conversie van biomassa > 10 MWe en ≤ 50 MWe (vast of vloeibaar)

c. Geef een technische omschrijving van de productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd waaronder het elektrisch rendement van de productie-eenheid. Bij vergisters moet u ook de inhoud van de vergistingstanks vermelden. Bij een productie-installatie voor hernieuwbaar gas moet u een technische specificatie met ontwerptekeningen en processchema’s etc. in een bijlage toevoegen.

.....

.....

.....

d. Wat is het nominaal vermogen waarvoor u subsidie aanvraagt?

3 Onder het nominaal vermogen wordt verstaan:

Het maximale vermogen (van een productie-eenheid) uitgedrukt in Watt of normaal kuub aardgasequivalent (Nm3) dat onder nominale condities benut kan worden voor het leveren van energie. Het nominaal vermogen geeft de 'name plate capacity' weer van de productie-eenheid en is zodoende een statisch getal.Bij een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding is het nominaal vermogen gelijk aan het totaal elektrisch vermogen.

Een normaal kuub aardgasequivalent (Nm3) hernieuwbaar gas is een hoeveelheid gas met een calorische waarde van 35,17 MJ op bovenwaarde. Dit komt overeen met een kuub aardgas waarin de Nederlandse energiebedrijven afrekenen.

Hernieuwbare elektriciteit: ..... MWeof

Hernieuwbaar gas: ..... Nm3/h aardgasequivalent (35,17 MJ/Nm3 op bovenwaarde)

e. Is in het project sprake van:

• Uitbreiding van een bestaande productie-installatie? | ○ ja | ○ nee

• Renovatie van een bestaande productie-installatie? | ○ ja | ○ nee

• Vervanging van een bestaande productie-installatie? | ○ ja | ○ nee

Bestaat de productie-installatie geheel of gedeeltelijk uit gebruikte materialen? | ○ ja | ○ nee

Indien u één of meer van de vragen met ‘ja’ heeft beantwoord, dan moet uit de toelichting blijken wat de aard en omvang is van de uitbreiding, renovatie, vervanging en/of de toepassing van gebruikte materialen.

Let op: Renovatie komt niet in aanmerking voor SDE. Ook wordt geen subsidie verstrekt indien de productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen).

.....

.....

.....

.....

.....

f. Welke vergunningen zijn noodzakelijk voor de realisatie van het project

4 In artikel 56 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie is aangegeven dat de aanvraag vergezeld moet gaan van een kopie van de door het bevoegde gezag verleende vergunningen.

?:

Bouwvergunning: | ○ ja | ○ nee | | afgiftedatum: .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

Milieuvergunning: | ○ ja | ○ nee | ○ nvt ..... | afgiftedatum: .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

Let op: Als bijlage bij deze aanvraag moet u een kopie van de door het bevoegd gezag afgegeven benodigde vergunningen meesturen.

5 Een ontwerpvergunning is geen door het bevoegd gezag verleende vergunning.

Wanneer in plaats van een nieuwe milieuvergunning met een melding voor het realiseren van deze installatie kan worden volstaan dient deze melding met een verklaring (acceptatie) van de gemeente en de vigerende milieuvergunning als bijlage te worden bijgevoegd.

g. Is de aanvrager tevens eigenaar of pachter/ gebruiker van de grond waar de productie-installatie geplaatst wordt? | ○ ja | ○ nee

Indien de aanvrager niet de eigenaar of pachter/gebruiker van de grond is moet u een bijlage meesturen met daarin een aparte verklaring ondertekend door de eigenaar of pachter/ gebruiker dat u op de aangegeven plaats de productie-installatie mag plaatsen en exploiteren of anderszins een onderbouwing dat u de installatie op de aangegeven locatie tijdig in gebruik kunt nemen.

h. Geef in onderstaande tabel een beschrijving van de energiebron of brandstofsoort die gebruikt wordt voor de productie van hernieuwbare energie: dat wil zeggen de biomassastromen die de vergister, verbrander etc. ingaan. Geef hierbij ook de tonnages per brandstofsoort op.

Biomassastroom | Ton/jaar

i. Wat is de verwachte brutoproductie van uw installatie per kalenderjaar? ..... MWh of Nm3

Het aantal subsidiabele vollasturen voor de netlevering is gemaximeerd op 8000 per jaar, behalve bij afvalverbrandings-installaties. De werkelijke elektriciteits- of gasproductie kan dus hoger zijn. Indien sprake is van een startdatum gedurende het jaar wordt de jaarproductie naar rato verdeeld, tenzij u in een bijlage een andere gewenste verdeling aangeeft.

j. Eigen verbruik: Hoe veel van de te produceren hernieuwbare elektriciteit of gas verwacht u zelf te gebruiken per jaar? .....MWh of Nm3

k. Wat is de verwachte nettoproductie die u gaat invoeden op het elektriciteits- of gasnet? .....MWh of Nm3

l. Wat is de verwachte jaarlijkse hoeveelheid nuttig aangewende warmte? .....GJ

De productieraming van warmte hoeft alleen aangegeven te worden bij opwekking van hernieuwbare elektriciteit met co-vergisting van mest, GFT-vergisting of thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa, waarbij het basisbedrag afhankelijk is van de hoeveelheid nuttige aangewende warmte

6 De definitie van nuttig aangewende warmte staat in artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit zoals die luidde op 1 april 2009. Deze publicatie kunt u vinden op www.agentschapnl.nl.

.

Uw beschikking wordt gebaseerd op de hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit of gas die wordt ingevoed op het elektriciteits- of gasnet rekening houdende met het maximum aantal vollasturen. Deze geraamde hoeveelheid kan niet later worden verhoogd voor deze aanvraag.

In een bijlage dient u een onderbouwing mee te sturen van de opgegeven productiehoeveelheden van vraag 4i–4l. Hierin moet worden aangegeven hoe de biomassastromen leiden tot de hoeveelheid biogas bij vergisting en hoe de biomassastromen of het biogas leiden tot de hoeveelheid elektriciteit of hernieuwbaar gas dat aan het net wordt geleverd. Bij het nuttige warmtegebruik dient u per maand aan te geven hoeveel warmte en aan welke warmtegebruikers de warmte geleverd wordt.

Onderstaande vraag (4m) hoeft u alleen te beantwoorden als bij de categorie, zoals u hebt ingevuld bij vraag 4b, in de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010 is aangegeven, dat voor het project verschillende basisbedragen gelden, afhankelijk van het rendement van de productie-installatie. Dit geldt bij afvalverbrandingsinstallaties.

m. Geef een onderbouwde raming van het rendement van de installatie. Indien in de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit wordt verwezen naar rekenregels voor het bepalen van het rendement dan moet u deze rekenregels in uw onderbouwing hanteren.

.....

.....

.....

.....

.....

Regeling
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2013
BWB-id
BWBR0027115
Versie
2013-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl