wetzoeker

Regeling wachtalarminstallatie

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
25-12-1997
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0027065
Versie
1997-12-25_0
SHA-256 bron
5f718574859dd978f1b0a0f6550f0f086de2fb5b986b83306023805b2351da50

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Bijlage

Artikel 1

1 Een wachtalarminstallatie wordt in- en uitgeschakeld door middel van een sleutelbediende schakelaar.

2 Een wachtalarminstallatie is voorzien van een tijdmeetsysteem met ten minste twee verschillende looptijden, waarvan de langste looptijd niet meer mag bedragen dan vijftien minuten. De looptijdkeuze moet sleutelbediend zijn en mag worden gecombineerd met de in het eerste lid bedoelde schakelaar.

3 Een dimbare controlelamp geeft aan dat de wachtalarminstallatie in bedrijf is.

4 Na de inschakeling van de wachtalarminstallatie start het tijdmeetsysteem. Dit tijdmeetsysteem kan op elk gewenst moment door middel van een terugsteldrukknop op nul worden teruggesteld, waarna de tijdmeting weer opnieuw begint.

5 Aan het eind van de gekozen looptijd treedt in het stuurhuis een zichtbaar en hoorbaar waarschuwingssignaal in werking.

6 Indien niet binnen zestig seconden na de inwerkingtreding van het waarschuwingssignaal, bedoeld in het vijfde lid, het tijdmeetsysteem door middel van de terugsteldrukknop op nul wordt teruggesteld, wordt een hoorbaar alarm gegeven in de verblijven van de kapitein, de stuurman alsmede andere daarvoor in aanmerking komende verblijven.

7 De terugsteldrukknop wordt niet vanaf een normale navigatiepositie zoals de stuurstoel bediend.

8 Een wachtalarminstallatie voldoet aan de als bijlage bij deze regeling opgenomen paragrafen 5 en 6 van de op 6 november 1991 aangenomen Resolutie A.694(17) van de Internationale Maritieme Organisatie.

Artikel 2

1 De kapitein ziet erop toe dat de wachtalarminstallatie in werking is wanneer uitsluitend door de chef van de wacht op de brug wacht wordt gelopen.

2 Tijdens de uitoefening van de visserij mag de wachtalarminstallatie afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden buiten werking worden gesteld, wanneer de kapitein zulks verantwoord acht.

3 De kapitein houdt bij de keuze van de looptijd van het tijdmeet-systeem rekening met de bestaande toestand en omstandigheden.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling wachtalarminstallatie.

Artikel 4

Vervallen

Bijlage

Bijlage

Ligt ter inzage bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer te Den Haag.