wetzoeker

Regeling wachtalarminstallatie voor Curaçao en Sint Maarten

Regeling houdende uitvoering voor de Nederlandse Antillen van artikel 276, zesde lid, van het Vissersvaartuigenbesluit (Regeling wachtalarminstallatie voor de Nederlandse Antillen)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
10-10-2010
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0027063
Versie
2010-10-10_0
SHA-256 bron
6444d43c3a1188e4f2315d25ebc9e0522c18911647b1b92cba2f76a59ae06af8

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Bijlage

Artikel 1

1 Een wachtalarminstallatie wordt inen uitgeschakeld door middel van een sleutelbediende schakelaar.

2 Een wachtalarminstallatie is voorzien van een tijdmeetsysteem met ten minste twee verschillende looptijden, waarvan de langste looptijd niet meer mag bedragen dan vijftien minuten. De looptijdkeuze moet sleutelbediend zijn en mag worden gecombineerd met de in het eerste lid bedoelde schakelaar.

3 Een dimbare controlelamp geeft aan dat de wachtalarminstallatie in bedrijf is.

4 Na de inschakeling van de wachtalarminstallatie start het tijdmeetsysteem. Dit tijdmeetsysteem kan op elk gewenst moment door middel van een terugsteldrukknop op nul worden teruggesteld, waarna de tijdmeting weer opnieuw begint.

5 Aan het eind van de gekozen looptijd treedt in het stuurhuis een zichtbaar en hoorbaar waarschuwingssignaal in werking.

6 Indien niet binnen zestig seconden na de inwerkingtreding van het waarschuwingssignaal, bedoeld in het vijfde lid, het tijdmeetsysteem door middel van de terugsteldrukknop op nul wordt teruggesteld, wordt een hoorbaar alarm gegeven in de verblijven van de kapitein, de stuurman alsmede andere daarvoor in aanmerking komende verblijven.

7 De terugsteldrukknop wordt niet vanaf een normale navigatiepositie zoals de stuurstoel bediend.

8 Een wachtalarminstallatie voldoet aan de als bijlage bij deze regeling behorende paragrafen 5 en 6 van de op 6 november 1991 aangenomen Resolutie A.694(17) van de Internationale Maritieme Organisatie.

Artikel 2

1 De kapitein ziet erop toe dat de wachtalarminstallatie in werking is wanneer uitsluitend door de chef van de wacht op de brug wacht wordt gelopen.

2 Tijdens de uitoefening van de visserij mag de wachtalarminstallatie afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden buiten werking worden gesteld, wanneer de kapitein zulks verantwoord acht.

3 De kapitein houdt bij de keuze van de looptijd van het tijdmeetsysteem rekening met de bestaande toestand en omstandigheden.

Artikel 3

Deze regeling geldt voor Curaçao en Sint Maarten.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling wachtalarminstallatie voor Curaçao en Sint Maarten.

Bijlage

Bijlage

Ligt ter inzage in de Nederlandse Antillen.