wetzoeker

Toelichting: Regeling vaststelling Aanwijzingen voor subsidieverstrekking

De subsidieverstrekker dient de beschikking voor subsidieverlening en subsidievaststelling binnen de gestelde maximumtermijn te geven. De genoemde termijnen dienen te worden opgenomen in de subsidieregelgeving, en vormen daarmee een invulling van de ‘redelijke termijn’ die de Awb als algemene termijn voor beslissingen van de overheid voorschrijft. Voor afzonderlijke subsidiebeschikkingen – in geval een wettelijk voorschrift inzake het verstrekken van de subsidie ontbreekt – gelden de termijnen als een richtlijn. Uiteraard verdient het uit een oogpunt van voortvarend bestuur aanbeveling om waar mogelijk kortere termijnen te hanteren. Dit geldt zeker voor de termijnen die worden gehanteerd bij beschikkingen waarvoor een wettelijk voorschrift ontbreekt. Indien de subsidieverstrekker het in zo'n geval niet uitgesloten acht dat hantering van de in aanwijzing 16 genoemde termijnen de toetsing door de rechter niet zou doorstaan (omdat de termijn in het specifieke geval niet als ‘redelijk’ zou zijn te kwalificeren), staat niets hem in de weg om een kortere termijn te bepalen. Indien een beschikking niet binnen de termijn kan worden gegeven, deelt de subsidieverstrekker dit aan de aanvrager mede en noemt hij daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien (artikel 4:14 van de Awb).Daarnaast kan de subsidieverstrekker in de toekomst ook een dwangsom opgelegd krijgen bij niet tijdig beslissen. Op 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen

6 Wet van 28 augustus 2009 tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met doeltreffendere rechtsmiddelen tegen niet tijdig beslissen door bestuursorganen (Stb. 383)

in werking getreden. Op grond van het bepaalde in deze wet kan de subsidieverstrekker een dwangsom opgelegd krijgen (van ten hoogste € 1 260) indien een beschikking op aanvraag niet op tijd is gegeven. De ambtshalve vaststellingsbeschikking valt overigens, net als andere ambtshalve beschikkingen, niet onder de dwangsomregeling van de Wet dwangsom.

Bij de termijnen die in de aanwijzingen zijn opgenomen geldt uiteraard dat deze op basis van de Awb worden opgeschort met de duur van een eventuele reactietermijn voor de aanvrager c.q. subsidieontvanger voor het aanleveren van door de subsidieverstrekker gevraagde extra informatie.

Gekozen is voor een drietal termijnen; 13, 22 of 40 weken. De termijn van 13 weken is van toepassing op standaardsituaties. Op basis van de subsidiepraktijk kan in een aantal gevallen de langere termijn van 22 weken worden toegepast. Voor wat betreft de termijn voor verlening van een subsidie geldt de standaardregel van 13 weken. In geval van EU-cofinanciering, inschakeling van een commissie en nadere controle

7 het betreft gevallen waarin waarneming ter plaatse nodig is om te kunnen vaststellen of de subsidieaanvrager wel of niet in aanmerking komt voor de subsidie.

heeft de subsidieverstrekker meer tijd nodig om een verleningsbeschikking af te kunnen geven en kan de termijn van maximaal 22 weken worden toegepast. In uitzonderlijke gevallen (als de toekenning afhankelijk is van internationale werkzaamheden) bedraagt de termijn maximaal 40 weken. Wat betreft de termijn voor directe vaststelling (aanwijzing 7, onderdeel a) geldt de standaardregel van 13 weken. In de overige gevallen, wanneer de subsidie wordt vastgesteld op basis van een uitgevoerde activiteit of wanneer er sprake is van vaststelling op basis van een kostenverantwoording is gekozen voor de maximale termijn van 22 weken. Hier wordt rekening gehouden met het feit dat in de realiteit van de uitvoering voor het vaststellen van de uitgevoerde activiteiten in sommige gevallen een (steekproefsgewijze) verantwoording en/ of extra controle noodzakelijk is.

Voor de subsidieaanvrager is er een maximale termijn van 13 weken opgenomen voor het aanvragen van een vaststellingsbeschikking. Er kan echter voorzien worden, hetzij in de regeling, hetzij in de beschikking, in een afwijkende termijn. Daardoor is het mogelijk om, indien dat noodzakelijk is, een langere termijn vast te stellen. Dat zal met name spelen in gevallen waarin de verantwoording van de subsidie plaatsvindt in de jaarrekening of gezamenlijk met andere subsidies volgens het Single Information Single Audit principe.

In onderstaand schema is aangegeven welke termijnen voor de subsidieverstrekker en de subsidieaanvrager gelden voor de verschillende situaties:

Overzicht standaardtermijnen

Termijnen voor subsidieverstrekker

Termijnen voor afgifte van een beschikking tot verlening van een subsidie: | Standaardregel maximaal 13 weken na aanvraag of sluiting aanvraagtermijn.

Uitzonderingen

maximaal 22 weken na aanvraag of sluiting aanvraagtermijn bij:

• | subsidieverlening bij EU-cofinanciering;

• | subsidieverlening waarbij advies wordt ingewonnen;

• | nadere controle.

maximaal 40 weken na aanvraag of sluiting aanvraagtermijn bij:

• | internationale peerreviews;

• | internationale beoordelingscommissies.

Termijnen voor afgifte van een beschikking tot (al dan niet directe) vaststelling van een subsidie: | maximaal 13 weken na:

• | de aanvraag van de subsidie (bij directe vaststelling).

maximaal 22 weken na:

• | het in de verleningsbeschikking opgenomen moment dat de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn uitgevoerd (bij ambtshalve vaststelling);

• | de aanvraag van de vaststelling.

Termijnen voor subsidieontvanger

Standaardtermijn voor aanvraag van vaststelling van een (project-) subsidie (alleen relevant bij subsidies van meer dan € 25 000): | • | standaardtermijn is 13 weken na verricht zijn van de gesubsidieerde activiteiten.

• | indien noodzakelijk kan een langere termijn dan 13 weken gelden die dan in de regeling of de beschikking wordt opgenomen.

Regeling
Regeling vaststelling Aanwijzingen voor subsidieverstrekking
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2012
BWB-id
BWBR0027023
Versie
2012-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl