Toelichting: Regeling vaststelling Aanwijzingen voor subsidieverstrekking
Subsidies kunnen leiden tot staatssteun als bedoeld in artikel 87 en 88 EG-Verdrag. Dat is alleen aan de orde indien het gaat om subsidies die verstrekt worden aan ondernemers ten behoeve van hun economische activiteiten (dus niet bij subsidies aan burgers, en ook niet bij subsidies aan instellingen, verenigingen en stichtingen als deze geen economische activiteiten uitvoeren). Als sprake is van staatssteun gelden Europese regels die leiden tot extra voorwaarden en daarmee administratieve lasten. Deze aanwijzing strekt ertoe om ook staatssteunsubsidies zo eenvoudig mogelijk te kunnen verstrekken. Door het toepassen van de de-minimisverordeningen wordt de ruimte die de Europese Commissie biedt om subsidies lastenarm te verstrekken optimaal benut.
Een staatssteunsubsidie dient in beginsel gemeld te worden bij de Europese Commissie, die vervolgens kan goedkeuren dat de subsidie - onder voorwaarden en binnen bepaalde grenzen - toch ten uitvoer kan worden gelegd. Veelal wordt een financiële verantwoording door de subsidieontvanger gevraagd om inzicht te geven in de werkelijk gemaakte kosten door de subsidieontvanger (om zeker te stellen dat het subsidiebedrag niet boven de toegestane steun uitkomt). Hierdoor is het niet altijd mogelijk om in de gevallen van goedgekeurde steun de aanwijzingen 7 tot en met 10 onverkort toe te passen, aangezien daarin uitdrukkelijk wordt bepaald dat wordt afgezien van een financiële verantwoording.
Op de meldingsplicht bij de Europese Commissie bestaat een uitzondering. Er hoeft niet bij de Europese Commissie gemeld te worden indien de subsidie voldoet aan één van de de-minimisverordeningen (de algemene verordening en de specifiek voor de landbouw geldende verordeningen
2 Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 379);
Verordening (EG) nr. 1860/2004 van de Commissie van 6 oktober 2004 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de landbouwsector en de visserijsector (PbEU L 325);
Verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337);
Verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193).
of aan een vrijstellingsverordening (al dan niet opgenomen in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening
3 Verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 (PbEU L 214).
of de beschikking van de Europese Commissie in verband met compensatie van diensten van algemeen economisch belang
4 Beschikking van de Commissie van 28 november 2005, 2005/842/EG, betreffende de toepassing van artikel 86,2 van het EG-verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend (PbEU L 312).
. De de-minimisverordeningen hebben betrekking op steun die zo gering is dat deze niet van invloed is op het handelsverkeer tussen lidstaten. Dergelijke steunmaatregelen hoeven niet te worden aangemeld indien zij de in deze verordeningen opgenomen steunplafonds niet te boven gaat. Het steunplafond is het maximale bedrag aan steun dat een ondernemer in drie jaren mag ontvangen zonder dat sprake is van een noodzaak om de subsidie aan de Europese Commissie te goedkeuring voor te leggen. De steunplafonds
5 De de-minimisplafonds zijn € 200.000 voor niet-landbouwondernemingen, € 100.000 voor ondernemingen in het wegvervoer, € 30.000 voor visserijondernemingenen € 7.500 voor primaire landbouwondernemingen.
mogen over een periode van drie jaar niet overschreden worden. Het gaat daarbij om het totaal van alle door de betrokken subsidieontvanger ontvangen overheidssubsidies (Rijk en decentrale overheden).
De subsidieverstrekker dient uiteraard in alle gevallen waarin Europese regels van toepassing zijn de nodige maatregelen te nemen om te waarborgen dat die regels (hetzij op het gebied van goedgekeurde staatssteun, hetzij op het gebied van de eventueel toegepaste de-minimis- of groepsvrijstellingsverordeningen) worden nageleefd. Daarom zal ook als een subsidie als de-minimissteun wordt verleend, door de subsidieverstrekker worden gewezen op de mogelijkheid dat de Europese Commissie naderhand – naar aanleiding van een klacht of in het kader van een controle – nog informatie opvraagt over de aanwending van de subsidie. De subsidieontvanger zal daarbij worden geattendeerd op de mogelijkheid dat de Europese Commissie onrechtmatige steun nog gedurende tien jaar na de verlening daarvan kan terugvorderen en in dat kader door tussenkomst van de subsidieverstrekker kan vragen om documenten waarmee kan worden aangetoond dat de subsidie aan de gesubsidieerde activiteiten is besteed. Dit gebeurt dan op grond van de algemene administratie- en bewaarverplichting die ingevolge het Burgerlijk Wetboek gelden voor ondernemers (zie de toelichting op aanwijzing 9).
Gelet op deze uitgangspunten is ervoor gekozen om toepassing van een de-minimisverordening dwingend voor te schrijven voor subsidies tot € 25 000. Dit uiteraard voor zover mogelijk, dat wil zeggen voor zover het steunplafond daaraan niet in de weg staat. Voorts wordt verwezen naar de in de toelichting op aanwijzing 6 vermelde uitzondering op de verplichte toepassing van de de-minimisverordening voor subsidieverstrekkingen aan visserijondernemingen en primaire landbouwondernemingen.
Om de lasten die een verplichte toepassing van de de-minimisverordening meebrengt voor de subsidieontvanger en de subsidieverstrekker zo laag mogelijk te houden, zal een standaard de-minimisverklaring worden ontwikkeld, die rijksbreed kan worden toegepast.
In het tweede lid is voorzien in een bepaling dat de verplichte toepassing van een de-minimisverordening niet geldt indien een subsidie(regeling) die voldoet aan de aanwijzingen voor subsidies tot € 25 000 door de Commissie is goedgekeurd of indien een dergelijke subsidie met toepassing van een vrijstellingsverordening kan worden verstrekt. In zulke gevallen behoeft de subsidie niet als de-minimis te worden verstrekt, maar kan deze als goedgekeurde of vrijgestelde steun worden verstrekt.
- Regeling
- Regeling vaststelling Aanwijzingen voor subsidieverstrekking
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-07-2012
- BWB-id
- BWBR0027023
- Versie
- 2012-07-01_0