wetzoeker

Toelichting: Regeling vaststelling Aanwijzingen voor subsidieverstrekking

Eerste lid

Deze aanwijzingen vloeien voort uit het uniforme kader voor een eenvoudiger uitvoering en beheer van subsidies (Kamerstukken II 2008/09, 31 865, nr. 5).

Aangezien de aanwijzingen betrekking hebben op ‘het verstrekken van subsidies’, hebben deze betekenis zowel voor de regelingen op grond waarvan de subsidies worden verstrekt (en voor de daarop gebaseerde beschikkingen), als voor het financieel beheer en de uitvoering van verstrekte subsidies. Onder ‘regelingen’ vallen in dit kader, conform de betekenis die daaraan wordt toegekend op grond van de Aanwijzingen voor de regelgeving

1 Regeling van de minister-president, Minister van Algemene Zaken, van 18 november 1992, nr. 92M008337, houdende vaststelling van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Stcrt. 1992, 230), laatstelijk gewijzigd bij Regeling van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 21 augustus 2008, nr. 068336, houdende vaststelling van de achtste wijziging Aanwijzingen voor de regelgeving, zoals opnieuw integraal gepubliceerd in Staatscourant 22 september 2008, nr. 183, pag. 2.

, niet alleen alle algemeen verbindende voorschriften inzake subsidieverstrekking (wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen), maar eveneens beleidsregels en interne regels die betrekking hebben op subsidieverstrekking. Daarnaast gelden de aanwijzingen voor de totstandkoming en de inhoud van afzonderlijke subsidiebeschikkingen in geval een wettelijk voorschrift inzake het verstrekken van de subsidie ontbreekt. Als voorbeeld kunnen genoemd worden subsidies die worden verstrekt in afwachting van een wettelijk voorschrift (zie artikel 4:23, derde lid, onder a, Algemene wet bestuursrecht, hierna: Awb) en zogeheten ‘incidentele’ subsidies (zie artikel 4:23, derde lid, onder d, Awb). Tot slot hebben de aanwijzingen ook betekenis voor de uitvoeringspraktijk inzake en het financieel beheer van subsidieverstrekking, o.a. op het terrein van het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Door de beperking tot subsidies die onder ministeriële verantwoordelijkheid worden verstrekt, met andere woorden subsidies van de centrale overheid (de rijkssubsidies), geldt de verplichting tot het volgen van deze aanwijzingen niet voor de subsidies van de decentrale overheden en zelfstandige bestuursorganen. Zie echter ook de aanwijzingen 2 en 3.

Tweede lid

Om zo helder mogelijk aan te geven in hoeverre de aanwijzingen voor subsidieverstrekking dienen te worden toegepast in relatie tot de in artikel 4:21, tweede, derde en vierde lid, Awb opgenomen bepalingen inzake het niet dan wel van overeenkomstige toepassing zijn van de subsidietitel van de Awb op bepaalde subsidies, is gekozen voor zelfstandig uitgeschreven bepalingen in plaats van verwijzingen naar de in genoemd artikel van de Awb opgenomen bepalingen ter zake. Met betrekking tot de in onderdeel a genoemde aanspraken of verplichtingen ingevolge de belastingwetten, de Wet financiering sociale verzekeringen en de Zorgverzekeringswet is bepaald dat deze niet onder de reikwijdte van deze aanwijzingen vallen. Wat betreft de in onderdeel b genoemde uitkeringen op grond van een wettelijk voorschrift dat voorziet in verstrekking aan publiekrechtelijke rechtspersonen (zogenoemde specifieke uitkeringen), geldt eveneens dat deze aanwijzingen daarop niet van toepassing zijn. Met betrekking tot de bekostiging van het onderwijs en onderzoek geldt op grond van onderdeel c dat de aanwijzingen niet van toepassing zijn op de reguliere bekostiging van onderwijs en onderzoek op grond van de onderwijswetgeving. Aanvullende subsidies voor specifiek omschreven doelen die naast de reguliere bekostiging worden toegekend aan onderwijs- en onderzoeksinstellingen, vallen wel onder de reikwijdte van de aanwijzingen.

Regeling
Regeling vaststelling Aanwijzingen voor subsidieverstrekking
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2012
BWB-id
BWBR0027023
Versie
2012-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl