wetzoeker

Artikel 7.12 Waterregeling

Verontreinigingsheffing

1 Bij bemonstering met behulp van ‘in-line’-monstername-apparatuur bevindt het bemonsteringspunt zich niet in een bocht of een vernauwing in de leiding. Indien het te bemonsteren afvalwater wordt geloosd met behulp van een pomp dan bevindt het bemonsteringspunt zich aan de perszijde van deze pomp.

2 Als een gesloten meetsysteem wordt gecombineerd met vacuümmonstername-apparatuur bevindt het aanzuigpunt zich op het punt waar de gesloten leiding uitmondt in een open afvoersysteem of er is vanuit de gesloten leiding een aftakking gemaakt, uitmondend in een doorstroomd buffervat waaruit wordt bemonsterd. De stroomsnelheid van het afvalwater in de aftakking is in dat geval ten minste gelijk aan die in de hoofdleiding.

Regeling
Waterregeling
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0026845
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl