wetzoeker

Mandaatregeling beheer bureau NRGD

Regeling van de Minister van Justitie van 4 december 2009, nr. 5620763/09, houdende verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de voorzitter van het College gerechtelijk deskundigen ten aanzien van de aangelegenheden die het beheer van het bureau van het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen betreffen (Mandaatregeling beheer bureau NRGD)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2010
Rechtsgebied
Procesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0026815
Versie
2010-01-01_0
SHA-256 bron
51cda3d4f53a7cf6e3c0ea12f0566922c9d218562cbbcbc6ed3292320258f0d7

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 5
  5. Artikel 6

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. het College: het College gerechtelijk deskundigen, bedoeld in artikel 3 van het Besluit register deskundige in strafzaken;

b. het bureau: het bureau ter ondersteuning van het College;

c. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de Minister van Justitie besluiten te nemen;

d. volmacht: de bevoegdheid om in naam van de Minister van Justitie privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

e. machtiging: de bevoegdheid om in naam van de Minister van Justitie handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 2

1 Aan de voorzitter van het College wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van de aangelegenheden die het beheer van het bureau betreffen.

2 De voorzitter wordt toegestaan het mandaat, de volmacht en de machtiging door te geven aan de secretaris van het College.

Artikel 3

1 De voorzitter van het College wordt aangewezen als hoofd van dienst in de zin van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement ten aanzien van de secretaris van het College alsmede de bij het bureau werkzame ambtenaren. De voorzitter wordt toegestaan namens hem de secretaris als hoofd van dienst aan te wijzen ten aanzien van de bij het bureau werkzame ambtenaren.

2 Aan de Minister van Justitie blijft voorbehouden de bevoegdheid om beslissingen te nemen met rechtspositionele gevolgen ten aanzien van de ambtenaren van het bureau, bezoldigd in salarisschaal 14 of hoger.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling beheer bureau NRGD.