wetzoeker

1.6.5 — Uitbetaling aan het vertrekkende lid Inkomstenbelasting, eigenwoningregeling

Uitbetaling aan het vertrekkende lid

Bij overdracht aan de vereniging wordt het vertrekkende lid niet altijd direct bij uittreden betaald, maar bijvoorbeeld na 6 maanden. Een rentevergoeding ligt voor de hand, maar is niet noodzakelijk. De renteloosheid heeft geen gevolgen voor de toepassing van de eigenwoningregeling.

Een rentevergoeding is voor de zittende leden geen aftrekbare eigenwoningrente. Die rente heeft immers geen betrekking op de verwerving van ‘hun eigen woning’. Voor degene die in de plaats komt van het uitgetreden lid is die rente in beginsel ook geen eigenwoningrente. De plaatsvervanger kan alleen rente aftrekken over de periode nadat hij is toegetreden. Zijn ‘eigenwoningschuld’ heeft immers alleen maar betrekking op de financiering van zijn koopsom.

Als de vordering voor een langere periode blijft openstaan, kan dit een probleem geven. Bijvoorbeeld als de schuld wordt afgelost bij ontbinding van de vereniging of verkoop van het pand. De aflossing van de schuld kan dan afhankelijk worden van de waardeontwikkeling van het pand. Bij een waardedaling van de onroerende zaak kan de vereniging wellicht zijn schuld niet voldoen. Dit raakt direct het belang bij de waardeontwikkeling van het uitgetreden lid. Om hieraan voldoende realiteitsgehalte te geven, moet de uitbetaling worden zekergesteld. Een termijn van één jaar om de zaken te regelen, vormt geen probleem. Bij een langere termijn zal er voldoende zekerheid moeten worden gesteld op daadwerkelijke betaling van de verkoopprijs.

Afkoopwaarde polissen

Bij de uitkering aan het vertrekkende lid wordt soms rekening gehouden met de afkoopwaarde van verzekeringspolissen (ongeacht of deze tot het vermogen van de vereniging behoren). Deze bepaling beïnvloedt het belang bij de waardeverandering van de woning. De mogelijkheid bestaat dat een lid de waardeontwikkeling niet grotendeels aangaat. Deze bepaling is dan in strijd met de uitgangspunten voor de eigenwoningregeling.

Overlijdensclausule

In sommige statuten is opgenomen dat bij overlijden van het lid de rechten uit zijn lidmaatschap verblijven aan de vereniging. De waardeontwikkeling van het woongedeelte komt daardoor bij overlijden niet toe aan het lid c.q. zijn erfgenamen. Civielrechtelijk is het discutabel of een dergelijke bepaling wel mogelijk is. Het is de vraag of de bepaling niet eenzijdig kan worden herroepen. De overlijdensclausule als zodanig is geen beletsel voor de toepassing van de eigenwoningregeling.

Regeling
Inkomstenbelasting, eigenwoningregeling
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
09-11-2022
BWB-id
BWBR0026751
Versie
2022-11-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl