wetzoeker

Artikel 2.16 Invoeringswet Waterwet

Overgangsbepalingen Waterwet hoofdstuk 5

1 Artikel 5.4 van de Waterwet is niet van toepassing op de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel:

a. door de beheerder een beslissing is genomen als bedoeld in artikel 148 van de Waterschapswet die – voor zover vereist – is goedgekeurd door gedeputeerde staten, of

b. een koninklijk besluit als bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, van de Waterstaatswet 1900 is vastgesteld.

2 Indien onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 5.4 van de Waterwet

a. nog goedkeuring door gedeputeerde staten benodigd is voor een beslissing als bedoeld in artikel 148 van de Waterschapswet, dan wel

b. met betrekking tot een beoogd koninklijk besluit als bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, van de Waterstaatswet 1900 een kennisgeving als bedoeld in het derde lid van dat artikel is gedaan,

blijft de Waterschapswet van toepassing op die goedkeuring, onderscheidenlijk de Waterstaatswet 1900 op verdere voorbereiding, vaststelling en mededeling van dat besluit.

3 Het eerste lid, aanhef en onderdeel a of b, is van overeenkomstige toepassing op een overeenkomstig het tweede lid goedgekeurde beslissing onderscheidenlijk tot stand gebracht koninklijk besluit.

Regeling
Invoeringswet Waterwet
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2014
BWB-id
BWBR0026710
Versie
2014-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl