wetzoeker

Artikel 27 Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen

Vrije ballonnen

1 Een luchthaven die gebruikt wordt door een vrije ballon en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in § 2, aan de volgende eisen:

a. de luchthaven is zodanig gelegen dat in de richting van de opstijging eventuele obstakels met een hoogteverschil van ten minste 15 meter overvaren kunnen worden;

b. de startplaats is tijdens de opbouw van de ballon en tijdens de start van de ballon zodanig vrij gehouden, dat toeschouwers niet in gevaar worden gebracht;

c. personen die werkzaamheden hebben te verrichten zijn als zodanig duidelijk herkenbaar;

d. ingeval van een opstijging met een vulling bestaande uit brandbaar gas wordt op de startplaats niet gerookt en zijn daar geen vuurverwekkende voorwerpen of middelen aanwezig;

e. een opstijging van een vrije ballon die door middel van een kabel tijdelijk is bevestigd aan het aardoppervlak wordt alleen gevoerd bij windsnelheden van minder dan 3 meter/seconden, de vrije ballon mag daarbij niet hoger stijgen dan 50 meter boven het aardoppervlak.

2 Artikel 20, eerste lid, onderdeel a, het derde tot en met het achtste lid en artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 3, 4 en 6 zijn niet van toepassing op een luchthaven als bedoeld in het eerste lid.

3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een terrein als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdelen b en c, voor zover het terrein wordt gebruikt voor het landen of opstijgen van een vrije ballon.

4 Artikel 20, eerste lid, onderdeel a en het zesde lid zijn niet van toepassing op een terrein als bedoeld in het derde lid.

Regeling
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2024
BWB-id
BWBR0026570
Versie
2024-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl