wetzoeker

Artikel 18 Regeling burgerluchthavens

Vrijstelling

1 Van het verbod bedoeld in artikel 8.1a, derde lid, eerste volzin, van de wet worden vrijgesteld:

a. luchthavens die buiten de provinciegrenzen zijn gelegen;

b. luchthavens gelegen op mijnbouwinstallaties in de Waddenzee;

c. luchthavens die uitsluitend worden gebruikt voor het opstijgen met vrije ballonnen;

d. luchthavens die uitsluitend worden gebruikt voor het opstijgen met schermzweeftoestellen;

e. luchthavens die uitsluitend worden gebruikt voor het opstijgen met zeilvliegtuigen;

f. luchthavens die uitsluitend worden gebruikt voor het opstijgen met gemotoriseerde schermvliegtuigen;

g. luchthavens die uitsluitend worden gebruikt voor het opstijgen en landen van modelluchtvaartuigen, waarvan de totale massa ten hoogste 25 kilogram bedraagt.

2 Van de in het vorige lid, onderdelen c tot en met g bedoelde vrijstelling kan slechts gebruik worden gemaakt onder de voorwaarden dat de gebruiker van de luchthaven beschikt over een door de burgemeester van de gemeente waar de luchthaven is gelegen, in verband met de openbare orde en veiligheid, afgegeven verklaring van geen bezwaar en dat de gebruiker van de luchthaven mededeling doet van de afgifte van deze verklaring aan de inspecteur-generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Regeling
Regeling burgerluchthavens
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-07-2024
BWB-id
BWBR0026564
Versie
2024-07-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl