wetzoeker

Samenvatting Regeling vaststelling invaliditeit met dienstverband

Bij de beoordelingen van de hoogte van de invaliditeit die een cliënt heeft als gevolg van een dienstverbandaandoening, wordt de verzekeringsarts gevraagd een uitspraak te doen of verlaging van de invaliditeit mogelijk is. Deze uitspraak is gebaseerd op een beoordeling van de functionele invaliditeit ten aanzien van algemene en bijzondere dagelijkse levensverrichtingen (ADL en BDL).

Met duurzame functionele invaliditeit wordt bedoeld dat verlaging van de functionele invaliditeit niet meer te verwachten is.

Deze richtlijn, met beoordelingskader en procesbeschrijving, biedt criteria voor het beoordelen van de duurzaamheid van functionele invaliditeit en de stappen die in het beoordelingsproces daarvan moeten worden genomen.

De kernpunten van de richtlijn zijn:

1. Van duurzaamheid wordt uitgegaan als de verwachting is dat de functionele invaliditeit in het eerstkomende jaar niet af zal nemen.

2. Als duurzaamheid is vastgesteld, kan een blijvend percentage invaliditeit worden gegeven. Dit blijvend percentage kan in de toekomst nooit meer dalen. Wel kan de cliënt zelf vragen om een herbeoordeling, namelijk wanneer er sprake is van een duurzame verergering van zijn medische situatie.

3. Als de verzekeringsarts significante verlaging van de functionele invaliditeit verwacht, kent hij een voorlopig invaliditeitspercentage toe.

4. Er wordt in deze richtlijn als richtsnoer uitgegaan een periode van maximaal twee jaar tussen een eerste en tweede beoordeling, waarbij in principe tijdens de tweede beoordeling de duurzame functionele invaliditeit wordt vastgesteld (indien dit niet al tijdens de eerste beoordeling is gebeurd). In bepaalde gevallen, ter beoordeling aan de verzekeringsarts, kan hiervan afgeweken worden.

Regeling
Regeling vaststelling invaliditeit met dienstverband
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0026218
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl