wetzoeker

4 — Comorbiditeit Regeling vaststelling invaliditeit met dienstverband

Comorbiditeit

Comorbiditeit betekent dat er meerdere aandoeningen tegelijkertijd aanwezig zijn waarbij er een (1) hoofddiagnose is en er andere aandoeningen zijn die daarnaast voorkomen. Comorbiditeit bestaat zowel bij psychische als somatische aandoeningen en onderling, bijvoorbeeld depressie als comorbide aandoening bij een chronische somatische ziekte. Bij psychische aandoeningen komt comorbiditeit met een andere psychische aandoening veel voor. Zo komt bij PTSS vaak ook een depressie voor en is er bij depressie frequent sprake van een angststoornis. In het eerste geval is PTSS de hoofddiagnose en is depressie comorbiditeit. In het tweede geval is depressie de hoofddiagnose en is angststoornis de comorbiditeit. Een psychische aandoening kan dus zowel een hoofddiagnose zijn als een comorbide diagnose

22 Richtlijn depressie, Federatie Medisch Specialisten, 1 maart 2024

.

Het is van belang dat de verzekeringsarts nagaat welke aandoeningen er zijn, wanneer de klachten zijn ontstaan, welke klachten of beperkingen bij de diverse aandoeningen horen en wat het verband is tussen de aandoeningen. De verzekeringsarts gaat na of er sprake is van comorbiditeit en onderbouwt dit aan de hand van medische informatie van behandelaars en aan de hand van de anamnese, meer in het bijzonder de voorgeschiedenis. Zo nodig kan psychiatrische expertise gevraagd worden. Wanneer causaliteit voor een comorbide aandoening door de verzekeringsarts is vastgesteld, worden de beperkingen die hier het gevolg van zijn meegeteld. Wanneer er geen sprake is van causaliteit, worden die beperkingen niet meegeteld.

Er is bij psychische aandoeningen regelmatig sprake van een overlap van symptomen. Symptomen die bij PTSS voorkomen, komen ook voor bij mensen met ADHD, bijvoorbeeld slaapproblemen, hyperactiviteit, onrust, gebrek aan concentratie, impulsiviteit. En bij autisme komen net als bij PTSS sociale terugtrekking en sensorische gevoeligheden voor, zoals angst voor harde geluiden of zich oncomfortabel voelen bij aanrakingen. Dit maakt het lastig om beperkingen van elkaar te onderscheiden. De verzekeringsarts moet voor deze beperkingen nagaan of deze in overwegende mate toe te schrijven zijn aan de aandoening met dienstverband of aan de aandoening zonder dienstverband, zoals ADHD of autisme. Wanneer de verzekeringsarts niet kan vaststellen of beperkingen in overwegende mate bij de aandoening met dienstverband of bij de aandoening zonder dienstverband horen, dient de cliënt het voordeel van de twijfel te krijgen. De verzekeringsarts zal deze beperkingen dan meenemen in de berekening van het invaliditeitspercentage

Regeling
Regeling vaststelling invaliditeit met dienstverband
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0026218
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl