wetzoeker

3 — Verzekeringsgeneeskundig onderzoek Regeling vaststelling invaliditeit met dienstverband

Verzekeringsgeneeskundig onderzoek

De verzekeringsarts legt bij aanvang (en later bij de afronding) van het onderzoek allereerst de procedure uit aan de cliënt.

Na uitvoering van het onderzoek stelt de verzekeringsarts op basis hiervan de functionele mogelijkheden en de beperkingen van de cliënt vast. Het onderzoek bestaat uit een gesprek en observaties. Het voeren van dergelijke gesprekken valt onder de competenties van de verzekeringsarts.

De wijze waarop anamnese en onderzoek worden uitgevoerd is afhankelijk van zowel de cliënt als van de verzekeringsarts. De verzekeringsarts verzamelt de informatie strak gestructureerd of meer het verhaal van betrokkene volgend, waarbij de volgorde dus niet vastligt. Het is bekend dat herinneringen minder betrouwbaar worden in de loop der tijd. Hier dient de verzekeringsarts rekening mee te houden.

De cliënt ontvangt informatie over het onderzoek vooraf bij het maken van de afspraak. Informatie van partners of een andere naaste kunnen belangrijke inzichten geven en dienen zeker meegewogen te worden. Vooral bij psychische aandoeningen is dit van belang. Partners of andere naasten worden daarom uitgenodigd om, mits de cliënt daarmee instemt, bij het onderzoek aanwezig te zijn.

De wijze waarop cliënten hun ervaringen en hun klachten beschrijven, kan verschillen afhankelijk van bijvoorbeeld opvoeding, voorgeschiedenis, culturele achtergrond, religieuze achtergrond en hoe ze hun aandoening hebben ervaren binnen Defensie. Hier dient de verzekeringsarts rekening mee te houden en het gesprek op aan te passen. Het is van groot belang dat cliënten hun verhaal op hun eigen wijze en in het vertrouwen op begrip voor hun persoonlijke context, kunnen vertellen.

De verzekeringsarts vraagt, indien hij daartoe aanleiding ziet, medische informatie op bij behandelaren van de cliënt. Indien noodzakelijk zal de verzekeringsarts ook een psychiatrische expertise aanvragen. Lichamelijk onderzoek kan onderdeel uitmaken van het onderzoek, maar is in het algemeen slechts aan de orde wanneer er sprake is van lichamelijke beperkingen. Een huisbezoek is mogelijk, indien de verzekeringsarts dit noodzakelijk acht en de cliënt daartoe toestemming geeft.

Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek bestaat uit meerdere gegevens die allen van belang zijn voor de oordeels- en besluitvorming aangaande het vastleggen van de beperkingen in relatie tot de psychische aandoening. Het gesprek wordt weergegeven in een gespreksverslag waarin de claim van de cliënt en de reeds ontvangen medische informatie worden genoteerd evenals het verhaal van de cliënt omtrent diens functioneren voor het incident, trauma, gebeurtenissen of blootstelling en het verloop van het ontstaan van klachten en beperkingen daarna. De cliënt krijgt dit verslag toegestuurd zodat hij gebruik kan maken van het correctierecht en het verslag kan controleren op feitelijke onjuistheden (zie voor toelichting paragraaf 6.1). De verzekeringsarts kan medische informatie opvragen en een psychiatrische expertise laten uitvoeren. Deze gegevens leiden samen met bevindingen uit het onderzoek van de verzekeringsarts tot vaststelling van de diagnose; vaststelling van een eventuele comorbiditeit; een beoordeling omtrent herstelgedrag; de beoordeling van een mogelijke relatie met de werkzaamheden in bijzondere of buitengewone omstandigheden (‘dienstverband’ – zie hoofdstuk 5); beoordeling van mogelijke aanwezigheid van pre-existente of luxerende factoren en een beoordeling van de prognose.

De gegevens en de wijze waarop de beoordelingen tot stand zijn gekomen, worden genoteerd in een verzekeringsgeneeskundig conceptrapport. Het conceptrapport wordt naar de cliënt gestuurd ter inzage, opdat hij gebruik kan maken van het blokkeringsrecht. De cliënt krijgt vooraf en bij toesturen van het conceptrapport informatie over deze rechten en de mogelijke gevolgen van het gebruik van het blokkeringsrecht. Wanneer de cliënt aangeeft dat hij het conceptrapport niet wil blokkeren, wordt het verzekeringsgeneeskundig rapport definitief en wordt de conclusie verstuurd naar de uitkerende instantie (zie ook paragraaf 6.1).

Voor meer informatie over het verzekeringsgeneeskundig onderzoek: zie hoofdstuk 6 van dit protocol en het WIA-IP protocol.

Regeling
Regeling vaststelling invaliditeit met dienstverband
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0026218
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl