wetzoeker

E: — De invaliditeitsschatting (deel 1) Regeling vaststelling invaliditeit met dienstverband

De invaliditeitsschatting

Deze dient theoretisch te gebeuren aan de hand van de ADL en BDL (Activiteiten en Bijzondere activiteiten Dagelijks Leven)-beperkingen. De ernst van de beperkingen dient hierbij te worden weergegeven en vervolgens naar een percentage te worden geconverteerd. In de praktijk wordt de mate van invaliditeit vastgesteld aan de hand van een barèma, tot heden de WPC-schaal (zie bijlage 3, besluit geneeskundig onderzoek artikel 13). De bij de WPC-schaal behorende richtlijnen zijn zeer globaal en laten veel interpretatie ruimte. Men moet grotendeels varen op de diagnose en het individueel professioneel inzicht van de beoordelend arts. Het duiden van de beperkingen en een percentage behoort tot de professionaliteit van de verzekeringsarts. Bij uitzondering kan, met argumenten gemotiveerd, advies aan een extern deskundige worden gevraagd. Deze deskundige moet voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen en werken volgens de bij Defensie gebruikelijke richtlijnen, aan de hand van nog te ontwikkelen gestandaardiseerde vraagstellingen en standaard rapportages.

Voor de schatting van het percentage invaliditeit bij de Posttraumatische Stresstoornis (PTSS) en Lichamelijk Onbegrepen Klachten (LOK) wordt een apart protocol opgesteld waarbij gebruik van aanvullende richtlijnen wordt voorgeschreven.

De WPC schaal

In het rapport ‘Schade in Schalen’ van de commissie WPC schaal juni 2004 (bijlage 5) wordt deze schaal uitvoerig beschreven. De WPC schaal is aan veel kritiek onderhevig. Zo is hij sterk verouderd en scoort de schaal vaak op basis van een diagnose. De schaal moet echter tot nader order wettelijk worden gebruikt.

Het is feitelijk onmogelijk het gebruik van de WPC-schaal toetsbaar en reproduceerbaar te protocolleren. Toch kunnen, op grond van de omschrijving wel enige richtlijnen, aanvullend op de algemene handleiding worden gegeven:

– Daar waar slechts op basis van een diagnose een minimum en maximum percentage wordt gegeven, kan dit percentage naar beneden worden bijgesteld aan de hand van objectieve beperkingen. Zo geeft de WPC schaal bijvoorbeeld voor een traag hartritme (code 1307) een percentage tussen 10–50%. In de jaren 50 kende men nog geen pacemakers, nu wel. Op basis van een goed werkende pacemaker en het afwezig zijn van beperkingen in het algemeen dagelijks leven kan dan 10% invaliditeit worden gegeven. De discussie dat het volgens de huidige inzichten eigenlijk 0% zou moeten zijn wordt hier niet gevoerd.

– Bij het gebruik van de WPC schaal wordt regelmatig de term ten dele en/of vergelijkender wijs toegepast. Met name wordt dit gebruikt als de betreffende ziekte of gebrek niet in de WPC schaal is benoemd en of naar huidig medisch inzicht te zwaar wordt gewaardeerd in de WPC schaal. Zaken die duidelijk obsoleet zijn of door de huidige behandel methoden weinig of geen beperkingen opleveren worden genuanceerd gewaardeerd b.v. hart en vaatziekten (zie bovenstaand voorbeeld), aandoeningen van de luchtwegen en infectieziekten. Bij het gehoor wordt niet de spraakverstaanbaarheid beoordeeld, maar middels een audiogram en toepassing van de gemodificeerde Fletcher methodiek wordt het invaliditeitspercentage berekend. Tevens wordt bij oudere patienten de presbyacusis meegewogen. Het komt er op neer dat bij iedere beoordeling volgens de WPC schaal een individuele afweging moet worden gemaakt. Bij afwezigheid van beperkingen komt men bij de beoordeling meestal tot zeer lage percentages.

– Voor de invaliditeitschatting van psychische aandoeningen wordt verwezen naar de nog in ontwikkeling zijnde specifieke WIA en IP protocollen PTSS en LOK.

Voorbeeld casuïstiek/mediprudentie fysieke aandoeningen

Het is, zoals eerder aangegeven van groot belang dat bij de causaliteitsvraag gebruik kan worden gemaakt van voorbeelden. Daarom zal in de komende jaren een lijst met mediprudentie worden opgebouwd.

Mediprudentie dient meerdere doelen:

1. het creëren van een referentiekader voor de beroepsgroep

2. het geven van feedback aan artsen met daardoor een eenduidig beoordelingskader en betere borging van een uniform beoordelingsproces.

3. het geven van bescherming/ruggesteun aan de beoordelend arts bij eventuele procedures

4. voorkomen van willekeur richting cliënt

5. vergroten van de transparantie in het beoordelingsproces

6. vergroten en uitwisselen kennis met daardoor kwaliteitsverhoging

7. ontwikkelen van een kennis-infrastructuur

Door Intercollegiale toetsing (ICT), intervisie, richtlijnen en uitspraken kan deze mediprudentie vorm worden gegeven.

Concretisering IP beoordeling

Zoals reeds verwoord in het algemene WIA-IP protocol, hebben de WIA en IP beoordeling overeenkomsten met elkaar.

De overeenkomst zit in het verzamelen van de medische gegevens die bij beide beoordelingen grotendeels hetzelfde zijn. Verder wordt bij beide beoordelingen het functioneren in het dagelijks leven uitgevraagd (het zgn. dagverhaal) en wordt een vertaalslag gemaakt van de medische gegevens naar beperkingen/functionele mogelijkheden in het dagelijks leven (en bij de WIA tevens naar beroep). Door deze overeenkomsten tussen beide beoordelingen is het mogelijk de standaard verzekeringsgeneeskundige beoordeling als basis voor de IP beoordeling te nemen. Deze basis beoordeling moet voor de IP beoordeling worden uitgebreid met een aanvullende Dienstverband/causaliteit beoordeling, zoals in deze bijlage beschreven. Tevens dienen de medische bevindingen te worden omschreven in ADL/BDL beperkingen in plaats van in functionele mogelijkheden. Tot slot dient de arts een invaliditeitspercentage te schatten aan de hand van de WPC schaal en dit percentage te beargumenteren.

Schematische voorstelling IP beoordeling/Rapportage

De IP beoordeling kan schematisch als onderstaand worden weergegeven. De rechte tekst betreft de ‘basis’ onderwerpen welke zowel bij de basis verzekeringsgeneeskundige beoordeling als bij de IP beoordeling moeten worden toegepast. De vette tekst geeft de specifieke onderwerpen aan welke bij de IP beoordeling aanvullend moeten worden meegenomen. Voor een toelichting van de ‘basis’ wordt verwezen naar bijlage 1 WIA en IP protocol. Voor een toelichting van de specifieke onderwerpen naar bovenliggende tekst en paragraaf C2.

1. een vraagstelling ( bijlage 1 WIA-IP protocol: paragraaf 2.1) geformuleerd in termen van mogelijkheden en beperkingen om te functioneren, een invaliditeitspercentage, causaliteit en dienstverband. Concreet dienen de volgende 6 vragen te worden beantwoord:

a) Zijn er verwondingen ziekten of gebreken?

b) Zo ja, zijn deze veroorzaakt door de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden?

c) Dan wel, zijn deze het gevolg van verrichtingen of vermoeienissen aan de uitoefening van de militaire dienst in buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden verbonden, dan wel welke tot uiting zijn gekomen onder overwegende invloed van die verrichtingen of vermoeienissen?

d) Dan wel welke zijn ontstaan, tot uiting zijn gekomen of verergerd mede door inwerking van bijzondere zeer nadelige invloeden waaraan de militair in verband met de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden is blootgesteld geweest. (art 2 Besluit Aanvullende AO/IV, artikel 1 Besluit Bijzondere Militaire Pensioenen 65+)

e) Indien er sprake is van invaliditeit met dienstverband, wat is dan de mate van invaliditeit ten gevolge van de betreffende verwondingen ziekten of gebreken volgens de WPC-schaal en aanvullende richtlijnen zoals omschreven in het WIA-IP protocol en de hiermee, samenhangende (nog in ontwikkeling zijnde) PTSS en LOK protocollen (Deze nadere protocollen zullen hun basis gaan vinden in artikel 13 2e lid Besluit Procedure Geneeskundig Onderzoek Blijvende Dienstongeschiktheid en Pensioenkeuring Militairen)

f) Is in voornoemd geval artikel 8 van Besluit AO/IV of artikel 3 BMP van toepassing?

Regeling
Regeling vaststelling invaliditeit met dienstverband
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0026218
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl