wetzoeker

Artikel 1b Besluit bestuurlijke boetes financiële sector

Algemene bepalingen

1 Onverminderd de artikelen 3:4 en 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht, houdt de toezichthouder bij het vaststellen van een bestuurlijke boete in ieder geval rekening met de volgende omstandigheden, voor zover die van toepassing zijn:

a. de ernst en de duur van de overtreding;

b. het voordeel dat de overtreder door de overtreding heeft verkregen;

c. de verliezen die derden wegens de overtreding hebben geleden en de schade die is toegebracht aan de werking van de markten of aan de economie in bredere zin;

d. de gevolgen van de overtreding voor het financieel stelsel;

e. de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten;

f. eerdere overtredingen van de overtreder;

g. de mate waarin de overtreder meewerkt bij het vaststellen van de overtreding;

h. eerder voor dezelfde overtreding opgelegde strafrechtelijke sancties;

i. maatregelen die de overtreder na de overtreding heeft genomen om herhaling van de overtreding te voorkomen.

2 De omstandigheden genoemd in het eerste lid, onderdelen g en h, kunnen slechts tot een verlaging van de bestuurlijke boete leiden.

Regeling
Besluit bestuurlijke boetes financiële sector
Afkortingen
Bb Wft
Soort
AMvB
Geldend vanaf
22-09-2026
BWB-id
BWBR0026204
Versie
2026-09-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl