wetzoeker

Artikel 6 Besluit politiegegevens bijzondere opsporingsdiensten

1 Politiegegevens over de naleving of uitvoering van wetgeving op een bepaald beleidsterrein, die overeenkomstig de artikelen 8, 9 en 13 van de wet door een ambtenaar van politie worden verwerkt ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, kunnen voor zover dat noodzakelijk is voor een goede uitvoering van zijn of hun taak worden verstrekt aan:

a. een bestuursorgaan dat of aan personen die bij of krachtens wetgeving is of zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van wetgeving op dat bepaalde beleidsterrein, en

b. een bestuursorgaan dat of aan personen die bij of krachtens wetgeving is of zijn belast met het houden van toezicht op de naleving dan wel de uitvoering van wetgeving op het beleidsterrein van de verwerkingsverantwoordelijke.

2 De verstrekking van politiegegevens overeenkomstig het eerste lid vindt, voorzover die gegevens worden verwerkt overeenkomstig artikel 9 van de wet, uitsluitend plaats na instemming van de bevoegde functionaris.

3 In bijzondere gevallen kunnen politiegegevens als bedoeld in het eerste lid, die door een ambtenaar van politie worden verwerkt ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, na instemming van de officier van justitie worden verstrekt aan een bestuursorgaan dat of aan personen die bij of krachtens wetgeving is of zijn belast met het houden van toezicht op de naleving dan wel de uitvoering van wetgeving op het beleidsterrein van een andere verwerkingsverantwoordelijke, voorzover dat noodzakelijk is voor een goede uitvoering van zijn of hun taak.

Regeling
Besluit politiegegevens bijzondere opsporingsdiensten
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0026117
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl