wetzoeker

Besluit beperking openbaarheid archief Kerkgenootschappen van de Hoofdafdeling Privaatrecht, Bureau Verenigingen en Stichtingen van het Ministerie van Justitie (1873) 1941–1988 (2000)

Besluit van de Minister van Justitie, houdende beperking van de openbaarheid van het archief van de Kerkgenootschappen van de Hoofdafdeling Privaatrecht, Bureau Verenigingen en Stichtingen van het Ministerie van Justitie (1873) 1941–1988 (2000) (als bedoeld in artikel 10 van het Archiefbesluit 1995)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2009
Rechtsgebied
Cultureel recht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0026091
Versie
2009-09-01_0
SHA-256 bron
d5548fdf7950d6fbb17580ad327330415799beb029f317db5f023328bb5c60cc

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Tekst

Met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van nog levende personen, worden op grond van artikel 15, eerste lid, onder a, van de Archiefwet 1995 aan de openbaarheid van het naar het Nationaal Archief over te brengen archief Kerkgenootschappen van de Hoofdafdeling Privaatrecht, Bureau Verenigingen en Stichtingen van het Ministerie van Justitie (1873) 1941–1988 (2000), de volgende beperkingen gesteld:

1. Dossiers die jonger zijn dan 75 jaar zijn beperkt openbaar; uitgangspunt daarbij is het jaar waarin het betreffende dossier is afgesloten.

2. Raadpleging van de archiefbescheiden is, gelet op art. 15, derde lid van de Archiefwet 1995, slechts mogelijk na schriftelijk verkregen toestemming van de directeur van het Nationaal Archief. Deze toestemming kan worden verleend, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

– De verzoeker doet een gemotiveerd schriftelijk verzoek tot inzage van de archiefbescheiden, waarin wordt aangegeven: de omschrijving van het onderzoeksdoel, de onderzoeksopzet en de wijze waarop de vertrouwelijkheid van de persoonsgegevens zal worden gewaarborgd.

– De verzoeker vult hiertoe het Formulier voor toestemming tot raadpleging van niet-openbare archieven van het Ministerie van Justitie in en ondertekent het formulier. De verzoeker verklaart daarmee tevens zich te zullen houden aan de in het formulier opgenomen bepalingen. Een exemplaar van het formulier is als bijlage 2 bij de Verklaring van Overbrenging gevoegd.

Voordat hij toestemming verleent, beoordeelt de directeur van het Nationaal Archief het verzoek.

3. De directeur van het Nationaal Archief bereidt de beschikbaarstelling van het dossier voor. In de belangenafweging betrekt hij de belangen van alle personen waarvan persoonsgegevens in het dossier zijn opgenomen.

4. Het is niet toegestaan reproducties te vervaardigen van documenten uit de dossiers, waarop deze beperkende bepalingen van toepassing zijn, zonder toestemming van de directeur van het Nationaal Archief. Deze kan uitsluitend toestemming verlenen voor:

– Reproducties van in dossiers aangetroffen openbare stukken, zoals krantenknipsels.

– Reproducties van in persoonsdossiers aangetroffen foto’s, persoonlijke brieven, dagboeken, andere soortgelijke documenten, indien deze aantoonbare persoonlijke emotionele waarde hebben voor de verzoeker, indien deze documenten geen belastende aanwijzingen bevatten en het bezit daarvan de belangen van nog levende personen niet onevenredig kan schaden.

De directeur van het Nationaal Archief kan voorwaarden verbinden aan het verlenen van zijn toestemming.

5. De directeur van het Nationaal Archief geeft voor publicatie uit deze bescheiden voor stukken houdende bijzondere persoonsgegevens in de zin van artikel 16 Wet bescherming persoonsgegevens, geen toestemming zonder voorafgaand overleg met de Minister van Justitie.