wetzoeker

Artikel 17 Binnenvaartregeling

1. Voor de toepassing van Hoofdstuk 4 op in bedrijf zijnde patrouillevaartuigen die uiterlijk 31 december 2018 een Certificaat van Goedkeuring hebben ontvangen of tussen 1 januari 2019 en 1 juli 2023 voor de eerste keer gecertificeerd zijn, zijn de overgangsvoorschriften van Bijlage 1 bij de VBG van toepassing en wordt voldaan aan;

a. de in artikel 8, eerste en tweede lid, en artikel 10, derde lid, vermelde toepasselijke randnummers die zijn opgenomen in de in de tabellen 1.6.7.2.1.1 en 1.6.7.2.2.2 van Bijlage 1 bij de VBG genoemde paragrafen, binnen de daarin vastgestelde periode.

b. de in artikel 8, eerste en tweede lid, en artikel 10, derde lid, genoemde toepasselijke randnummers die niet zijn opgenomen in de in de tabellen 1.6.7.2.1.1 en 1.6.7.2.2.2 van Bijlage 1 bij de VBG genoemde paragrafen, op de datum van inwerkingtreding van deze bepalingen.

2. Waar in de in het eerste lid bedoelde tabellen wordt verwezen naar het Certificaat van Goedkeuring wordt het Uniebinnenvaartcertificaat bedoeld.

3. In de in het eerste lid bedoelde tabellen betekent ‘N.V.O.’ dat het voorschrift niet van toepassing is op in bedrijf zijnde patrouillevaartuigen, tenzij de desbetreffende delen worden vervangen of omgebouwd, met dien verstande dat het voorschrift slechts van toepassing is op nieuwbouw, bij vervanging of bij ombouw, en in zoverre dat indien bestaande delen worden vervangen door delen die in techniek en bouwwijze gelijk zijn, dit geen vervanging betekent in de zin van de overgangsvoorschriften.

4. De bouw en uitrusting van in bedrijf zijnde schepen moet ten minste worden onderhouden volgens de voorafgaande veiligheidsstandaard.

Regeling
Binnenvaartregeling
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
23-09-2026
BWB-id
BWBR0025958
Versie
2026-09-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl